Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-04-10
ECLI:NL:RBZWB:2025:4640
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,319 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer: 10882384 \ MB VERZ 24-29
CJIB-nummer: 1062 5422 5534 2927
uitspraakdatum: 10 april 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 10 april 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de Burgemeester Freijterslaan kruising Jan Vermeerlaan te Roosendaal op 20 januari 2023 om 09.06 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Het was code oranje op de pleegdatum vanwege heftige sneeuw en ijzel. Op het moment dat de bestuurder zwaailichten in zijn spiegels zag, sprong het verkeerslicht net op oranje. Vanwege de sneeuw/ijzel kon niet uitgeweken worden naar de zijkant/berm en gelet op de omstandigheden is gekozen om noodgedwongen door het oranje uitstralende verkeerslicht te rijden. Het verkeerslicht stond net één seconde op rood. Aan het achteropkomend politievoertuig met zwaailichten en sirenes moest ruimte worden gegeven.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat er snel gehandeld moest worden en dat het veilig was om door te rijden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Gebleken is dat het politievoertuig niet door het rood uitstralende verkeerslicht heeft gereden. Het verkeerslicht stond 2,9 seconden op oranje en 1,6 seconde op rood op het moment dat de stopstreep werd overschreden. Bij het naderen van een verkeerslicht dient hierop te worden geanticipeerd, en extra alert te zijn bij dergelijke weersomstandigheden.
De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het boetebedrag te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.
Overwegingen
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de foto’s van de gedraging - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 2 februari 2023 en is de redelijke termijn dus met twee maanden overschreden.
De kantonrechter ziet in de omstandigheden, dat er sprake was van een naderend voorrangsvoertuig en gladheid op de weg en dat snel een beslissing genomen moest worden en er geen sprake was van moedwillig het verkeerslicht te negeren, én rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, voldoende aanleiding om de sanctie te matigen tot € 100,-.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 100,-, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 150,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: