Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-01-28
ECLI:NL:RBZWB:2025:446
Bestuursrecht; Belastingrecht
Wraking
1,412 tokens
Dictum
[verzoeker] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
verder te noemen verzoeker,
procederend in persoon.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:
het wrakingsverzoek van 9 januari 2025 gericht tegen mr. Boersma , in zijn hoedanigheid van rechter van deze rechtbank;
het e-mailbericht van 15 januari 2025 van mr. Boersma , waarin hij meedeelt niet in de wraking te berusten;
de e-mailberichten van verzoeker van 15 januari en 18 januari 2025 aan de wrakingskamer;
de processtukken zoals opgenomen in het dossier in de hoofdzaak met zaaknummer BRE 24-7980.
2Het verzoek
2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter, mr. Boersma (hierna: de rechter), belast met de behandeling van het beroep van verzoeker in de procedure met zaaknummer BRE 24-7980 (hierna: de hoofdzaak).
2.2
De rechter berust niet in het verzoek tot wraking.
Feiten
3.1
Verzoeker heeft op 26 november 2024 een beroepschrift ingediend. Op 24 december 2024 heeft verzoeker een brief van de rechtbank ontvangen, waarin staat dat het beroep op de zitting van 26 maart 2025 door de rechter wordt behandeld. Verzoeker wordt opgeroepen om in persoon te verschijnen of zich te laten vertegenwoordigen door een gemachtigde.
3.2
Verzoeker kan zich niet vinden in de beslissing om zijn beroep op zitting te behandelen. Op 24 december 2024 verzocht hij om dupliek van de inspecteur van de belastingdienst of om sluiting van het onderzoek, gevolgd door een uitspraak van de rechtbank op zijn beroep. Op 1 januari 2025 heeft verzoeker aan de rechter verzocht om een verschoningsverzoek in te dienen.
3.3.
Op 9 januari 2025 heeft de rechtbank aan verzoeker meegedeeld dat de rechter geen reden ziet voor indiening van een verschoningsverzoek. Vervolgens heeft verzoeker op dezelfde datum een wrakingsverzoek tegen de rechter ingediend.
3.4.
Verzoeker legt aan zijn wrakingsverzoek, kort samengevat, ten grondslag dat de rechter in een eerder beroep van verzoeker al uitspraak heeft gedaan. Verzoeker is het niet eens met de inhoud van die eerdere uitspraak. Daarnaast stelt verzoeker dat het plannen van een (dwang)zitting om zijn beroep te behandelen alleen ten voordele komt van de inspecteur van de belastingdienst.
Beoordeling
Beoordelingskader
4.1
Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan een partij een rechter die een zaak behandelt wraken op grond van feiten en/of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
4.2
Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter geldt het uitgangspunt dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Alleen een uitzonderlijke omstandigheid kan een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter ten aanzien van een procespartij een vooringenomenheid koestert, of dat een bij een partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. De wrakingskamer moet daarom onderzoeken of de door verzoeker aangevoerde specifieke feiten en omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens hem een vooringenomenheid koestert, of dat de door verzoeker geuite vrees daarvoor – objectief – gerechtvaardigd is.
Beoordeling
4.3
Het enkele feit dat de rechter eerder een beroep van verzoeker heeft behandeld, levert geen omstandigheid op die vrees voor een partijdige behandeling rechtvaardigt. Dat verzoekers eerdere beroep ongegrond is verklaard, geeft ook geen aanleiding tot een andere conclusie. Het gaat om een nieuwe zaak, die zelfstandig op inhoud door de rechter zal worden beoordeeld. Tegen een onwelgevallige uitspraak staat hoger beroep open.
4.4.
Dictum
4.5
Omdat sprake is van een kennelijk ongegrond wrakingsverzoek laat de wrakingskamer de mondelinge behandeling van het verzoek achterwege overeenkomstig artikel 4, tweede lid, aanhef en onder a van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (gepubliceerd op de website www.rechtspraak.nl, zie rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).
Dictum
De wrakingskamer:
verklaart het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond;
bepaalt dat de behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven op 28 januari 2025 door mr. Van der Lende-Mulder Smit, rechter en voorzitter, mr. Luijks en mr. Van Noort, rechters, in aanwezigheid van mr. De Mul, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De voorzitter,
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 april 2024, ECL:NL:RBZWB:2024:2447.
Bijvoorbeeld het arrest van 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413,