Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-19
ECLI:NL:RBZWB:2025:4391
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,179 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11207703 \ MB VERZ 24-537
CJIB-nummer : 9062 5422 5644 5755
uitspraakdatum : 19 juni 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : Gele Lis 166
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 juni 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. K. Kattick (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Rijksweg A4 te Halsteren op
9 maart 2023 om 17.19 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat betrokkene zich niet kan verenigen met de beslissing van de officier van justitie. Betrokkene had een mondeling een toelichting willen geven aan de officier van justitie. Met het beroepschrift zijn twee getuigenverklaringen meegezonden waarin wordt verklaard dat betrokkene op zijn werk was en dat zijn voertuig voor zijn huis stond geparkeerd ten tijde van constatering van de verweten gedraging. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding. Als aanvulling heeft gemachtigde nogmaals aangevoerd dat het voertuig niet op de pleeglocatie kon zijn omdat dit 100 kilometer verwijderd is van waar het voertuig en betrokkene zich bevonden. Als de officier van justitie de beschikking niet vernietigd verzoekt gemachtigde alsnog het volledige dossier te verstrekken zodat de gronden verder kunnen worden aangevuld.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene woont en werkt in Den Haag en zou niet op de pleeglocatie zijn geweest op de pleegdatum. Gelet op de grote afstand tussen Den Haag en Bergen op Zoom en de twee getuigenverklaringen krijgt betrokkene het voordeel van de twijfel. Wellicht heeft de verbalisant een onjuist kenteken genoteerd.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene heeft aangevoerd op zijn werk te zijn geweest op de pleegdatum en tijd. Betrokkene heeft zijn verweer onderbouwd met twee getuigenverklaringen. Tevens is er sprake van een grote afstand tussen Den Haag en de pleeglocatie. Dit alles maakt dat getwijfeld moet worden aan de constatering van de verbalisant over het vermelde kenteken. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. Betrokkene heeft zonder gemachtigde beroep ingediend bij de officier van justitie. In de kantonfase hebben zowel betrokkene als gemachtigde een beroepschrift ingediend. De proceskostenvergoeding is als volgt berekend: beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 389,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: