Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-13
ECLI:NL:RBZWB:2025:4315
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,366 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11390732 \ MB VERZ 24-1527
CJIB-nummer: 1062 5422 5800 2062
uitspraakdatum: 13 juni 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 juni 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 26 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1) op de Rijksweg A27 te Hank op 15 mei 2023 om 15:09 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd de motivering van de officier van justitie niet te hebben ontvangen, evenals het bewijs van de gedraging. Hetgeen in het proces-verbaal staat, klopt niet. Betrokkene kan zich nu niet goed verweren.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft in het zaakoverzicht duidelijk verklaard dat betrokkene de maximumsnelheid met 26 km per uur heeft overschreden. Dit blijkt ook uit de kalibratietabel. De zittingsvertegenwoordiger is van mening dat betrokkene niet in zijn verdedigingsbelang is geschaad. Op 28 december 2023 is namelijk aan betrokkene het zaakoverzicht verzonden en de kalibratietabel. Dit is hetzelfde verzendsysteem als het CJIB hanteert waarvan het hof al heeft geoordeeld dat dit betrouwbaar is. Bovendien zijn op 4 januari 2024 opnieuw stukken verzonden. Betrokkene is tevens staandegehouden waardoor hij wist waar de boete op zag. Wel is de redelijke termijn overschreden, waardoor de boete met 25% gematigd dient te worden.
Overwegingen
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
Voorts is de kantonrechter van oordeel dat uit het dossier genoegzaam is gebleken dat aan betrokkene tweemaal de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn verzonden. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de informatieplicht niet is geschonden.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 15 mei 2023 en is de redelijke termijn dus met bijna een maand overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 207,- plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 69,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.