Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-02-11
ECLI:NL:RBZWB:2025:4133
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,093 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11163330 \ MB VERZ 24-780
CJIB-nummer: 2062 5422 5010 8975
uitspraakdatum: 11 februari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig op de Oude Vest (ter hoogte van huisnummer 30A) te Breda op 10 juni 2022 om 11:31 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat niet klopt dat vanuit beide rijrichtingen staat aangegeven dat het om een vergunningszone gaat. Betrokkene verwijst naar de bijgevoegde foto’s waaruit duidelijk blijkt dat het bord gericht staat naar de Koningstraat, terwijl betrokkene vanuit de Vlaszak aan kwam rijden. Het bord dat wel te zien was, is dat van de parkeerzone waar betrokkene de parkeermeter heeft betaald. Betrokkene geeft verder nog aan dat het opmerkelijk is dat nadat hij een melding heeft gemaakt toen hij deze boete ontving er nu wel een bord staat voor beide rijrichtingen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De situatie ter plaatse is in die periode veel veranderd waarbij het niet duidelijk is wanneer de situatie feitelijk is gewijzigd. Aan betrokkene dient dan ook het voordeel van de twijfel te worden gegeven nu niet duidelijk is hoe de situatie was ten tijde van de pleegdatum.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De verbalisant heeft geen parkeervergunning in het voertuig waargenomen. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat onduidelijk is hoe de situatie ten tijde van de gedraging was. Bij het raadplegen van Google Maps blijkt dat er sprake is van verschillende situaties, betreffende de wegindeling, in april 2022 en september 2022. Hierdoor kan niet worden vastgesteld hoe de verkeerssituatie was op 10 juni 2022. Betrokkene krijgt dan ook het voordeel van de twijfel. De boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: