Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-19
ECLI:NL:RBZWB:2025:4096
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
992 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11182798 \ MB VERZ 24-521
CJIB-nummer : 7062 5422 5904 8094
uitspraakdatum : 19 maart 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 maart 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring: bord C9 bijlage I RVV 1990 te Rijksweg 57 te Vrouwenpolder op
28 juni 2023 om 10.55 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Het verkeersbord C9 is bedoeld voor landbouwvoertuigen die niet harder kunnen of mogen dan 25 km/u. Deze trekker met kenteken kan en mag harder dan 25 km/u en dus mag dus over deze weg rijden. Deze weg is de enige toegangsweg naar het perceel aan de Westerseweg.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd zich af te vragen hoe dan gereden zal moeten worden naar zijn perceel.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het CVOM heeft besloten een groot aantal zaken te vernietigen als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De rechtbank is hierover ingelicht, maar deze zaak stond al op zitting ingepland. Betrokkene dient bij de wegbeheerder, in dit geval Rijkswaterstaat, na te vragen hoe hij op zijn bestemming zal moeten komen.
Overwegingen
Door de zittingsvertegenwoordiger is verzocht het beroep gegrond te verklaren en het bestreden besluit te vernietigen omdat deze zaak op grond van eigen beleid voor intrekking in aanmerking had gekomen, maar die intrekking niet tijdig heeft kunnen plaats vinden. De kantonrechter ziet aanleiding ermee rekening te houden dat deze zaak voldoet aan de voorwaarden die het CVOM heeft gesteld om een zaak te vernietigen. In navolging van het verzoek wordt het beroep daarom gegrond verklaard. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd omdat deze in strijd met het eigen beleid onderwerp van geschil zijn gebleven tot op de zitting. Dit brengt mee dat het verweer van betrokkene, wat daarvan ook zij, geen bespreking meer hoeft.
Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 119,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: