Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-11
ECLI:NL:RBZWB:2025:3711
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
7,324 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11297905 \ CV EXPL 24-3270
Vonnis van 11 juni 2025
in de zaak van
PERROGATIO BV,
te Valburg,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Perrogatio,
gemachtigde: mr. R.B.H. Beune,
tegen
1WINTERDREAM INVESTMENTS BV,
te Breda,
hierna te noemen: Winterdream,2. [naam],
te [plaats] , België (België),
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna te noemen: [naam] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 december 2024 met de daarin genoemde stukken;
- de conclusie van antwoord in reconventie met productie;- de mondelinge behandeling van 8 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Perrogatio is de persoonlijke holding van mr. Beune. In het verleden heeft mr. Beune (via het kantoor BeuneFaber BV en later Wiggers Faber NV) als advocaat opgetreden voor Winterdream en [naam] .
2.2.
[naam] is de bestuurder van Winterdream.
2.3.
Mr. Beune heeft de samenwerking met Wiggers Faber NV verbroken. Bij zijn uittreden uit het kantoor zijn de vorderingen van Wiggers Faber NV op Winterdream en [naam] over de periode januari 2019 tot en met 31 december 2020 overgedragen aan Perrogatio.
2.4.
Over deze vorderingen (en door Winterdream en [naam] gestelde tegenvorderingen) hebben partijen eerder een procedure gevoerd bij deze rechtbank. Die procedure (met zaaknummer C/02/406164 HA ZA 23-72) is geëindigd met een vaststellingsovereenkomst die is vastgelegd in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 september 2023. Onderdeel van deze vaststellingsovereenkomst was de volgende afspraak:
“4. Winterdream Investmens BV en [naam] zullen de correspondentie met Wiggers Faber overhandigen aan Perrogatio BV waaruit blijkt dat er een verrekening met Wiggers Faber is afgesproken ten aanzien van de vorderingen in conventie en in reconventie. Indien Perrogatio BV op grond van de overgelegde correspondentie erin slaagt bij Wiggers Faber haar vordering of een deel daarvan te innen, zal het bij Wiggers Faber geinde deel tot een bedrag van € 26.000,- aan Winterdream Investments BV worden terugbetaald, voor zover dit bedrag aan Perrogatio BV is betaald.”
2.5.
Perrogatio heeft [naam] op 3 oktober 2023 gevraagd om de in de vaststellingsovereenkomst bedoelde correspondentie op korte termijn toe te sturen.
2.6.
Op 29 november 2023 heeft [naam] aan Perrogatio gemaild dat hij zijn archief in moet duiken. Hij heeft daarom gevraagd om tot 25 januari 2024 de tijd te krijgen.
2.7.
Winterdream en [naam] hebben ondanks herhaalde verzoeken geen correspondentie toegestuurd, waarna Perrogatio deze procedure is gestart.
Geschil
in conventie
3.1.
Perrogatio vordert – samengevat –:
primair: Winterdream en [naam] te veroordelen om binnen 14 dagen na het vonnis te voldoen aan punt 4 van de vaststellingsovereenkomst op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat Winterdream en [naam] daar niet aan voldoen met een maximum van € 25.000,00, dan wel
subsidiair: Winterdream en [naam] te veroordelen tot betaling van € 25.000,00,
een en ander zowel primair als subsidiair te vermeerderen met de wettelijke rente en proceskosten.
3.2.
[naam] voert verweer. [naam] concludeert – zo begrijpt de kantonrechter – tot niet-ontvankelijkheid van Perrogatio, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Perrogatio, met veroordeling van Perrogatio in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.4.
[naam] en (zo begrijpt de kantonrechter) Winterdream vorderen – samengevat – Perrogatio te veroordelen tot terugbetaling van € 26.000,00 en betaling van declaraties ad € 56.870 en Perrogatio te veroordelen in de proceskosten.
3.5.
Perrogatio voert verweer. Perrogatio concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [naam] , met veroordeling van [naam] in de kosten van deze procedure.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
in conventie
4.1.
Perrogatio vordert primair nakoming van een gemaakte afspraak, namelijk de afspraak dat [naam] en Winterdream de correspondentie met Wiggers Faber zouden toesturen waaruit blijkt dat zij zouden verrekenen. Die afspraak is vastgelegd in het proces-verbaal van de zitting van 8 september 2023 in zaaknummer C/02/406164 HA ZA 23-72. De afspraak wordt door [naam] en Winterdream niet betwist.
4.2.
[naam] stelt dat de bedoelde correspondentie al bij de stukken in de vorige procedure zat. Met ander woorden, [naam] stelt dat de gemaakte afspraak al is nagekomen. [naam] en Winterdream hebben de bewijslast van die stelling. Het is namelijk een zogenaamd bevrijdend verweer. De kantonrechter merkt op dat deze stelling van [naam] niet strookt met zijn eigen e-mail van 29 november 2023. In die e-mail schrijft [naam] namelijk dat hij in zijn archief moet duiken. [naam] schrijft dus niet dat Perrogatio de bedoelde correspondentie al heeft. Ook rijmt de stelling van [naam] niet met het feit dat [naam] en Winterdream op de zitting van 8 september 2023 zelf hebben afgesproken dat zij de bedoelde correspondentie zullen overhandigen aan Perrogatio. Als Perrogatio de bedoelde correspondentie al had, hadden partijen die afspraak niet hoeven maken.
4.3.
[naam] is in deze zaak niet op de mondelinge behandeling verschenen. De kantonrechter heeft daarom geen nadere vragen aan hem kunnen stellen. Zij kan daardoor bijvoorbeeld ook niet vaststellen of de bedoelde correspondentie wel bestaat. De kantonrechter zal er gelet op de zelf door [naam] en Winterdream met Perrogatio gemaakte afspraak van uitgaan dat die correspondentie bestaat. Gelet op het voorgaande hebben [naam] en Winterdream onvoldoende onderbouwd dat zij de gemaakte afspraak al zijn nagekomen. Dat moeten zij daarom nog steeds doen. De kantonrechter zal [naam] en Winterdream daarom veroordelen tot nakoming van de afspraak uit punt 4 van de vaststellingsovereenkomst. Daarbij zal worden bepaald, mede gelet op de hierna te beoordelen vordering tot het verbinden aan de veroordeling van een dwangsom en artikel 611a Rv, dat [naam] en Winterdream moeten nakomen binnen 14 dagen na betekening van het vonnis.
4.4.
Perrogatio vordert dat de kantonrechter een dwangsom verbindt aan de veroordeling tot nakoming. De kantonrechter zal een dwangsom toewijzen, maar zal deze wel beperken als volgt. De kantonrechter zal [naam] en Winterdream veroordelen tot nakoming van de gemaakte afspraak onder verbeurte van een dwangsom van € 50,00 per dag dat [naam] en Winterdream niet aan deze veroordeling voldoen. De dwangsommen zullen tot maximaal € 3.000,00 (voor [naam] en Winterdream gezamenlijk) kunnen oplopen.
4.5.
Perrogatio vordert ook om [naam] en Winterdream alvast te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente als zij niet binnen veertien dagen na sommatie ‘de belopen dwangsommen’ hebben betaald. Die vordering zal de kantonrechter afwijzen. Met deze vordering loopt Perrogatio namelijk vooruit op de gebeurtenissen. Het is nog niet zeker dat [naam] en Winterdream dwangsommen gaan verbeuren. Als zij voldoen aan de veroordeling zullen er nooit dwangsommen verschuldigd worden. De vordering tot betaling van dwangsommen is met andere woorden nog niet opeisbaar en [naam] en Winterdream zijn ook nog niet in verzuim. Perrogatio heeft ook niet toegelicht waarom zij nu al een belang hebben bij een veroordeling tot betaling van wettelijke rente over eventuele toekomstige dwangsommen.
4.6.
[naam] en Winterdream zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Perrogatio worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
501,68
- griffierecht
€
130,00
- salaris gemachtigde
€
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.444,68
4.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
4.8.
[naam] en Winterdream vorderen allereerst dat Perrogatio veroordeeld wordt tot terugbetaling van het bedrag van € 26.000,00 dat zij in het kader van de vaststellingsovereenkomst aan Perrogatio hebben betaald. Daaraan leggen zij ten grondslag dat Perrogatio ondanks de vaststellingsovereenkomst waarin finale kwijting was afgesproken, deze procedure is gestart.
4.9.
Dat [naam] en Winterdream hadden gehoopt na de vaststellingsovereenkomst niet meer door Perrogatio in een procedure te worden betrokken, begrijpt de kantonrechter. Maar dat dit wel is gebeurd, betekent niet dat de vaststellingsovereenkomst niet meer geldt. Die geldt nog steeds. Het bedrag dat [naam] en Winterdream onder deze vaststellingsovereenkomst hebben betaald, is daarom niet onverschuldigd betaald. Er bestaat daarom geen grondslag om Perrogatio te veroordelen tot terugbetaling van dit bedrag. Die vordering wordt daarom afgewezen.
4.10.
[naam] en Winterdream vorderen daarnaast betaling van een tweetal facturen (in totaal € 56.870). De kantonrechter begrijpt dat dit de facturen zijn die ook al werden gevorderd in de procedure bij de rechtbank met zaaknummer C/02/406164 HA ZA 23-72. Die procedure is geëindigd met de vaststellingsovereenkomst. Alleen daarom al kunnen [naam] en Winterdream geen betaling van deze facturen meer vorderen en wordt de vordering afgewezen. De kantonrechter merkt nog op dat ook niet is gebleken dat Perrogatio deze facturen moet betalen. De facturen lijken namelijk te zien op werkzaamheden die verricht zijn voor het voormalig kantoor van mr. Beune en niet voor Perrogatio, althans dat laatste hebben [naam] en Winterdream niet onderbouwd.
4.11.
[naam] en Winterdream zijn in het ongelijk gesteld. Zij hebben daarom geen recht op een vergoeding van hun proceskosten, maar moeten juist de proceskosten van Perrogatio betalen. De proceskosten van Perrogatio worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
815,00
(2 punten × factor 0,5 × € 815,00)
Totaal
€
815,00
Dictum
De kantonrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt [naam] en Winterdream om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te voldoen aan punt 4 van de vaststellingsovereenkomst,
5.2.
veroordeelt [naam] en Winterdream om aan Perrogatio een dwangsom te betalen van € 50,00 voor iedere dag dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoen, tot een maximum (voor [naam] en Winterdream gezamenlijk) van € 3.000,00 is bereikt,
5.3.
veroordeelt [naam] en Winterdream in de proceskosten van € 1.444,68, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [naam] en Winterdream niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt [naam] en Winterdream tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.7.
wijst de vorderingen van [naam] en Winterdream af,
5.8.
veroordeelt [naam] en Winterdream in de proceskosten van € 815,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe.
Dit vonnis is gewezen door mr. Scheffers en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2025.
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11297905 \ CV EXPL 24-3270
Vonnis van 11 juni 2025
in de zaak van
PERROGATIO BV,
te Valburg,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Perrogatio,
gemachtigde: mr. R.B.H. Beune,
tegen
1WINTERDREAM INVESTMENTS BV,
te Breda,
hierna te noemen: Winterdream,2. [naam],
te [plaats] , België (België),
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna te noemen: [naam] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 december 2024 met de daarin genoemde stukken;
- de conclusie van antwoord in reconventie met productie;- de mondelinge behandeling van 8 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Perrogatio is de persoonlijke holding van mr. Beune. In het verleden heeft mr. Beune (via het kantoor BeuneFaber BV en later Wiggers Faber NV) als advocaat opgetreden voor Winterdream en [naam] .
2.2.
[naam] is de bestuurder van Winterdream.
2.3.
Mr. Beune heeft de samenwerking met Wiggers Faber NV verbroken. Bij zijn uittreden uit het kantoor zijn de vorderingen van Wiggers Faber NV op Winterdream en [naam] over de periode januari 2019 tot en met 31 december 2020 overgedragen aan Perrogatio.
2.4.
Over deze vorderingen (en door Winterdream en [naam] gestelde tegenvorderingen) hebben partijen eerder een procedure gevoerd bij deze rechtbank. Die procedure (met zaaknummer C/02/406164 HA ZA 23-72) is geëindigd met een vaststellingsovereenkomst die is vastgelegd in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 september 2023. Onderdeel van deze vaststellingsovereenkomst was de volgende afspraak:
“4. Winterdream Investmens BV en [naam] zullen de correspondentie met Wiggers Faber overhandigen aan Perrogatio BV waaruit blijkt dat er een verrekening met Wiggers Faber is afgesproken ten aanzien van de vorderingen in conventie en in reconventie. Indien Perrogatio BV op grond van de overgelegde correspondentie erin slaagt bij Wiggers Faber haar vordering of een deel daarvan te innen, zal het bij Wiggers Faber geinde deel tot een bedrag van € 26.000,- aan Winterdream Investments BV worden terugbetaald, voor zover dit bedrag aan Perrogatio BV is betaald.”
2.5.
Perrogatio heeft [naam] op 3 oktober 2023 gevraagd om de in de vaststellingsovereenkomst bedoelde correspondentie op korte termijn toe te sturen.
2.6.
Op 29 november 2023 heeft [naam] aan Perrogatio gemaild dat hij zijn archief in moet duiken. Hij heeft daarom gevraagd om tot 25 januari 2024 de tijd te krijgen.
2.7.
Winterdream en [naam] hebben ondanks herhaalde verzoeken geen correspondentie toegestuurd, waarna Perrogatio deze procedure is gestart.
Geschil
in conventie
3.1.
Perrogatio vordert – samengevat –:
primair: Winterdream en [naam] te veroordelen om binnen 14 dagen na het vonnis te voldoen aan punt 4 van de vaststellingsovereenkomst op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat Winterdream en [naam] daar niet aan voldoen met een maximum van € 25.000,00, dan wel
subsidiair: Winterdream en [naam] te veroordelen tot betaling van € 25.000,00,
een en ander zowel primair als subsidiair te vermeerderen met de wettelijke rente en proceskosten.
3.2.
[naam] voert verweer. [naam] concludeert – zo begrijpt de kantonrechter – tot niet-ontvankelijkheid van Perrogatio, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Perrogatio, met veroordeling van Perrogatio in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.4.
[naam] en (zo begrijpt de kantonrechter) Winterdream vorderen – samengevat – Perrogatio te veroordelen tot terugbetaling van € 26.000,00 en betaling van declaraties ad € 56.870 en Perrogatio te veroordelen in de proceskosten.
3.5.
Perrogatio voert verweer. Perrogatio concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [naam] , met veroordeling van [naam] in de kosten van deze procedure.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
in conventie
4.1.
Perrogatio vordert primair nakoming van een gemaakte afspraak, namelijk de afspraak dat [naam] en Winterdream de correspondentie met Wiggers Faber zouden toesturen waaruit blijkt dat zij zouden verrekenen. Die afspraak is vastgelegd in het proces-verbaal van de zitting van 8 september 2023 in zaaknummer C/02/406164 HA ZA 23-72. De afspraak wordt door [naam] en Winterdream niet betwist.
4.2.
[naam] stelt dat de bedoelde correspondentie al bij de stukken in de vorige procedure zat. Met ander woorden, [naam] stelt dat de gemaakte afspraak al is nagekomen. [naam] en Winterdream hebben de bewijslast van die stelling. Het is namelijk een zogenaamd bevrijdend verweer. De kantonrechter merkt op dat deze stelling van [naam] niet strookt met zijn eigen e-mail van 29 november 2023. In die e-mail schrijft [naam] namelijk dat hij in zijn archief moet duiken. [naam] schrijft dus niet dat Perrogatio de bedoelde correspondentie al heeft. Ook rijmt de stelling van [naam] niet met het feit dat [naam] en Winterdream op de zitting van 8 september 2023 zelf hebben afgesproken dat zij de bedoelde correspondentie zullen overhandigen aan Perrogatio. Als Perrogatio de bedoelde correspondentie al had, hadden partijen die afspraak niet hoeven maken.
4.3.
[naam] is in deze zaak niet op de mondelinge behandeling verschenen. De kantonrechter heeft daarom geen nadere vragen aan hem kunnen stellen. Zij kan daardoor bijvoorbeeld ook niet vaststellen of de bedoelde correspondentie wel bestaat. De kantonrechter zal er gelet op de zelf door [naam] en Winterdream met Perrogatio gemaakte afspraak van uitgaan dat die correspondentie bestaat. Gelet op het voorgaande hebben [naam] en Winterdream onvoldoende onderbouwd dat zij de gemaakte afspraak al zijn nagekomen. Dat moeten zij daarom nog steeds doen. De kantonrechter zal [naam] en Winterdream daarom veroordelen tot nakoming van de afspraak uit punt 4 van de vaststellingsovereenkomst. Daarbij zal worden bepaald, mede gelet op de hierna te beoordelen vordering tot het verbinden aan de veroordeling van een dwangsom en artikel 611a Rv, dat [naam] en Winterdream moeten nakomen binnen 14 dagen na betekening van het vonnis.
4.4.
Perrogatio vordert dat de kantonrechter een dwangsom verbindt aan de veroordeling tot nakoming. De kantonrechter zal een dwangsom toewijzen, maar zal deze wel beperken als volgt. De kantonrechter zal [naam] en Winterdream veroordelen tot nakoming van de gemaakte afspraak onder verbeurte van een dwangsom van € 50,00 per dag dat [naam] en Winterdream niet aan deze veroordeling voldoen. De dwangsommen zullen tot maximaal € 3.000,00 (voor [naam] en Winterdream gezamenlijk) kunnen oplopen.
4.5.
Perrogatio vordert ook om [naam] en Winterdream alvast te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente als zij niet binnen veertien dagen na sommatie ‘de belopen dwangsommen’ hebben betaald. Die vordering zal de kantonrechter afwijzen. Met deze vordering loopt Perrogatio namelijk vooruit op de gebeurtenissen. Het is nog niet zeker dat [naam] en Winterdream dwangsommen gaan verbeuren. Als zij voldoen aan de veroordeling zullen er nooit dwangsommen verschuldigd worden. De vordering tot betaling van dwangsommen is met andere woorden nog niet opeisbaar en [naam] en Winterdream zijn ook nog niet in verzuim. Perrogatio heeft ook niet toegelicht waarom zij nu al een belang hebben bij een veroordeling tot betaling van wettelijke rente over eventuele toekomstige dwangsommen.
4.6.
[naam] en Winterdream zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Perrogatio worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
501,68
- griffierecht
€
130,00
- salaris gemachtigde
€
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.444,68
4.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
4.8.
[naam] en Winterdream vorderen allereerst dat Perrogatio veroordeeld wordt tot terugbetaling van het bedrag van € 26.000,00 dat zij in het kader van de vaststellingsovereenkomst aan Perrogatio hebben betaald. Daaraan leggen zij ten grondslag dat Perrogatio ondanks de vaststellingsovereenkomst waarin finale kwijting was afgesproken, deze procedure is gestart.
4.9.
Dat [naam] en Winterdream hadden gehoopt na de vaststellingsovereenkomst niet meer door Perrogatio in een procedure te worden betrokken, begrijpt de kantonrechter. Maar dat dit wel is gebeurd, betekent niet dat de vaststellingsovereenkomst niet meer geldt. Die geldt nog steeds. Het bedrag dat [naam] en Winterdream onder deze vaststellingsovereenkomst hebben betaald, is daarom niet onverschuldigd betaald. Er bestaat daarom geen grondslag om Perrogatio te veroordelen tot terugbetaling van dit bedrag. Die vordering wordt daarom afgewezen.
4.10.
[naam] en Winterdream vorderen daarnaast betaling van een tweetal facturen (in totaal € 56.870). De kantonrechter begrijpt dat dit de facturen zijn die ook al werden gevorderd in de procedure bij de rechtbank met zaaknummer C/02/406164 HA ZA 23-72. Die procedure is geëindigd met de vaststellingsovereenkomst. Alleen daarom al kunnen [naam] en Winterdream geen betaling van deze facturen meer vorderen en wordt de vordering afgewezen. De kantonrechter merkt nog op dat ook niet is gebleken dat Perrogatio deze facturen moet betalen. De facturen lijken namelijk te zien op werkzaamheden die verricht zijn voor het voormalig kantoor van mr. Beune en niet voor Perrogatio, althans dat laatste hebben [naam] en Winterdream niet onderbouwd.
4.11.
[naam] en Winterdream zijn in het ongelijk gesteld. Zij hebben daarom geen recht op een vergoeding van hun proceskosten, maar moeten juist de proceskosten van Perrogatio betalen. De proceskosten van Perrogatio worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
815,00
(2 punten × factor 0,5 × € 815,00)
Totaal
€
815,00
Dictum
De kantonrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt [naam] en Winterdream om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te voldoen aan punt 4 van de vaststellingsovereenkomst,
5.2.
veroordeelt [naam] en Winterdream om aan Perrogatio een dwangsom te betalen van € 50,00 voor iedere dag dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoen, tot een maximum (voor [naam] en Winterdream gezamenlijk) van € 3.000,00 is bereikt,
5.3.
veroordeelt [naam] en Winterdream in de proceskosten van € 1.444,68, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [naam] en Winterdream niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt [naam] en Winterdream tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.7.
wijst de vorderingen van [naam] en Winterdream af,
5.8.
veroordeelt [naam] en Winterdream in de proceskosten van € 815,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe.
Dit vonnis is gewezen door mr. Scheffers en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2025.