Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-05-22
ECLI:NL:RBZWB:2025:3491
Strafrecht
Op tegenspraak
1,113 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummers:
02-040641-24, 02-086238-23 (gev.ttz) 02-092503-23 (gev.ttz) 02-141180-23 (gev.ttz) 02-040641-24 (gev.ttz)
Dictum
Aan veroordeelde
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1967 te [geboorteplaats] ,
thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting te Vught,
is de ISD-maatregel opgelegd.
1De stukken
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- het vonnis van deze rechtbank d.d. 11 april 2024 waaruit blijkt dat aan veroordeelde de ISD-maatregel is opgelegd voor de duur van 2 jaar;
- het verzoek van de verdediging d.d. 31 maart 2025 strekkende tot tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel;
- het evaluatie rapport ISD van [naam] d.d. 1 mei 2025, omtrent de stand van uitvoering van het plan van opvang van de veroordeelde en inhoudende het advies tot voortzetting van de ISD maatregel.
2De procesgang
Tijdens het onderzoek ter zitting van de rechtbank van 22 mei 2025 is de officier van justitie gehoord.
[betrokkene] was niet aanwezig. Wel was aanwezig zijn uitdrukkelijk gemachtigde raadsvrouw, mr. M. Timmermans-Roelands, advocaat te Bergen op Zoom.
Voorts is de deskundige [naam] , gehoord.
In het evaluatie rapport ISD van 1 mei 2025 wordt geadviseerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.
De deskundige [naam] , heeft daar ter zitting aan toegevoegd dat [betrokkene] deze week een intakegesprek heeft gehad bij [woonvoorziening] . Aanstaande maandag wordt beslist of [betrokkene] daar terecht kan. [woonvoorziening] heeft reeds wel aangegeven een plaatsing enkel te overwegen als er nog de forensische titel aanwezig is.
3Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting aangegeven zich te verzetten tegen opheffing dan wel voorwaardelijke beëindiging van de ISD-maatregel en geconcludeerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.
4Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft ter zitting aangevoerd dat [betrokkene] graag naar [woonvoorziening] zou willen. Als dat niet mogelijk blijkt te zijn, kan [betrokkene] terecht bij vrienden buiten de regio waar hij in zijn laatste levensfase mag verblijven. De raadsvrouw heeft daarbij opgemerkt dat de ISD-maatregel niet is bedoeld om iemand enkel voor zijn bestwil binnen te houden.
Primair heeft de raadsvrouw in dat kader verzocht te beslissen tot opheffing van de ISD-maatregel om [betrokkene] de mogelijkheid te geven om zijn laatste levensfase in vrijheid door te brengen zodat hij afscheid kan nemen van familie en vrienden en nog een aantal zaken kan regelen. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om voorwaardelijke beëindiging van de ISD-maatregel.
Beoordeling
De rechtbank wijst het verzoek om opheffing van de ISD-maatregel af. Het is te onduidelijk waar [betrokkene] dan zou verblijven. Het door de raadsvrouw genoemde verblijf bij vrienden is niet concreet genoeg. Daarnaast is een verblijf buiten de regio gezien de chemobehandeling van [betrokkene] niet wenselijk.
De rechtbank wijst ook het verzoek tot opschorting van de ISD-maatregel onder voorwaarden af. Binnen het kader van de ISD-maatregel kan de structuur waar [betrokkene] bij gebaat is. worden voortgezet. Dit is ook in deze laatste levensfase van belang.
De rechtbank gaat er daarbij wel vanuit [betrokkene] kan worden geplaatst in [woonvoorziening] , of een soortgelijke gelijke instelling met meer vrijheden zodat hij zijn laatste dingen kan regelen. De rechtbank gaat er ook vanuit dat [betrokkene] , indien hij naar een hospice kan, daarheen gaat.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat er op dit moment geen omstandigheden zijn die het voortijdig beëindigen van de ISD-maatregel rechtvaardigen.
Dictum
De rechtbank
- beslist dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is vereist.
Deze beslissing is gegeven door mr. P.A.M. Wijffels, voorzitter, mr. C.H.W.M. Sterk en mr. F.L. Donders, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.J.M. van de Vrede en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 mei 2025.