Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-28
ECLI:NL:RBZWB:2025:3377
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,110 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 11099914 \ MB VERZ 24-685
CJIB-nummer : 2062 5422 5703 7700
uitspraakdatum : 28 maart 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 28 maart 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 24 maart 2023 om 12:03 uur.
Eiser wenst graag te wijzen op het arrest van het Hof met kenmerk ECLI:NL:GHARL:2024:5340 van 21 augustus 2024 waarbij ondergetekende gemachtigde was. In die procedure is er kortgezegd aangevoerd dat het oorspronkelijke plan van aanpak, waarmee het openbaar ministerie heeft ingestemd, niet de digitale handhaving omvat op de Nieuwlandstraat. Later is besloten om deze locatie aan het voetgangersgebied toe te voegen en daar (ook) digitaal te gaan handhaven. Er is echter geen nieuw plan van aanpak ingediend door de gemeente dan wel expliciet instemming verleend door Parket CVOM. Aldus is niet voldaan aan hetgeen in de Regeling is vermeld waardoor de beschikking niet in stand kan blijven. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het CVOM heeft een fout gemaakt en een verkeerd plan van aanpak overhandigd tijdens de hoger beroepsfase, waardoor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het plan van aanpak uit 2018 heeft beoordeeld. Tijdens de zitting van 9 september 2024 heeft de zittingsvertegenwoordiger het plan van aanpak van 20 mei 2020 overhandigd. De zittingsvertegenwoordiger stelt dat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het plan van aanpak van 20 mei 2020 had moeten beoordelen, maar door een fout in het hoger beroep is dat niet gebeurd. Het plan uit 2020 gaat over de uitbreiding van het voetgangersgebied en waarom zij via de digitale weg wilde gaan handhaven. Het CVOM bevestigt dat de gemeente contact heeft opgenomen met het CVOM en dat door het CVOM is ingestemd met het plan van aanpak van 20 mei 2020. Dit plan van aanpak dus is akkoord bevonden, waardoor de boa’s wel bevoegd waren om via de digitale weg te handhaven en boetes op te leggen.
Overwegingen
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent dit ook niet.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft vastgesteld dat het plan van aanpak van 26 oktober 2018, waarmee het openbaar ministerie heeft ingestemd, niet de digitale handhaving op de Nieuwlandstraat in Tilburg omvat. Nadien is besloten om de onderhavige locatie aan de Nieuwlandstraat aan het voetgangersgebied toe te voegen en aldaar het voetgangersgebied (ook) digitaal te handhaven. In de bewonersbrief van de gemeente Tilburg is weliswaar vermeld dat het parket Centrale Verwerking van het Openbaar Miniserie (CVOM) is akkoord gegaan met het cameratoezicht, maar de advocaat-generaal heeft - op vragen van het hof - laten weten dat geen nieuw plan van aanpak is ingediend dan wel niet expliciet instemming is verleend. Gelet hierop heeft het gerechtshof vastgesteld dat met betrekking tot de onderhavige digitale handhaving niet wordt voldaan aan hetgeen in de Regeling is vermeld. Dat brengt mee dat de ambtenaar niet bevoegd is om de onderhavige sanctie wegens overtreding van artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) op te leggen (ECLI:NL:GHARL:2024:5340).
Tijdens de zitting heeft de zittingsvertegenwoordiger aangevoerd dat het CVOM een fout had gemaakt en een verkeerd plan van aanpak overhandigd tijdens de hoger beroepsfase, waardoor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het plan van aanpak uit 2018 heeft beoordeeld. Tijdens de zitting van 9 september 2024 heeft de zittingsvertegenwoordiger het plan van aanpak van 20 mei 2020 overhandigd. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had het plan van aanpak van 20 mei 2020 moeten beoordelen, maar door een fout in het hoger beroep is dat niet gebeurd. Het plan uit 2020 gaat over de uitbreiding van het voetgangersgebied en waarom zij via de digitale weg wilde gaan handhaven. Het CVOM bevestigt dat de gemeente contact heeft opgenomen met het CVOM en dat door het CVOM is ingestemd met het plan van aanpak van 20 mei 2020. Op het plan van aanpak staat versie: 0.1 en het betreft een concept, maar dit is het plan van aanpak dat naar het CVOM is gestuurd. Het CVOM heeft deze versie beoordeeld en heeft instemming gegeven. Aangezien de kantonrechter van oordeel was dat het onduidelijk was wanneer de goedkeuring was gegeven heeft de zittingsvertegenwoordiger ter zitting navraag gedaan bij een collega die was betrokken bij het plan van aanpak. Het plan van aanpak is door die collega goedgekeurd en hij is ook benoemd in de andere stukken. Op 5 juni 2020 is de eerste reactie gestuurd over het plan van aanpak en op 12 maart 2021 is er een officieel akkoord gegeven op alle stukken. Dit plan van aanpak dus is akkoord bevonden. De kantonrechter is van oordeel dat er sprake van instemming en dat de boa’s wel bevoegd waren om via de digitale weg te handhaven en de boetes op te leggen.
Hoorplicht
De gemachtigde stelt dat sprake is van schending van de hoorplicht in de fase van het beroep bij de officier van justitie, waar betrokkene zelf beroep had ingesteld. In de inleidende boetebeschikking is sinds 22 december 2022 onder het kopje “Niet eens met de boete?” onder andere vermeld “Wilt u in een gesprek uitleggen waarom u het niet eens bent met de boete? Geef dan ook uiterlijk [datum] aan dat u gehoord wilt worden.” Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt hieruit voldoende duidelijk wat het recht om te worden gehoord inhoudt en dat betrokkene hiervan gebruik heeft kunnen maken. Van schending van de hoorplicht is daarom geen sprake (zie ook ECLI:NL:GHARL:2024:4649).
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 11099914 \ MB VERZ 24-685
CJIB-nummer : 2062 5422 5703 7700
uitspraakdatum : 28 maart 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 28 maart 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 24 maart 2023 om 12:03 uur.
Eiser wenst graag te wijzen op het arrest van het Hof met kenmerk ECLI:NL:GHARL:2024:5340 van 21 augustus 2024 waarbij ondergetekende gemachtigde was. In die procedure is er kortgezegd aangevoerd dat het oorspronkelijke plan van aanpak, waarmee het openbaar ministerie heeft ingestemd, niet de digitale handhaving omvat op de Nieuwlandstraat. Later is besloten om deze locatie aan het voetgangersgebied toe te voegen en daar (ook) digitaal te gaan handhaven. Er is echter geen nieuw plan van aanpak ingediend door de gemeente dan wel expliciet instemming verleend door Parket CVOM. Aldus is niet voldaan aan hetgeen in de Regeling is vermeld waardoor de beschikking niet in stand kan blijven. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het CVOM heeft een fout gemaakt en een verkeerd plan van aanpak overhandigd tijdens de hoger beroepsfase, waardoor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het plan van aanpak uit 2018 heeft beoordeeld. Tijdens de zitting van 9 september 2024 heeft de zittingsvertegenwoordiger het plan van aanpak van 20 mei 2020 overhandigd. De zittingsvertegenwoordiger stelt dat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het plan van aanpak van 20 mei 2020 had moeten beoordelen, maar door een fout in het hoger beroep is dat niet gebeurd. Het plan uit 2020 gaat over de uitbreiding van het voetgangersgebied en waarom zij via de digitale weg wilde gaan handhaven. Het CVOM bevestigt dat de gemeente contact heeft opgenomen met het CVOM en dat door het CVOM is ingestemd met het plan van aanpak van 20 mei 2020. Dit plan van aanpak dus is akkoord bevonden, waardoor de boa’s wel bevoegd waren om via de digitale weg te handhaven en boetes op te leggen.
Overwegingen
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent dit ook niet.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft vastgesteld dat het plan van aanpak van 26 oktober 2018, waarmee het openbaar ministerie heeft ingestemd, niet de digitale handhaving op de Nieuwlandstraat in Tilburg omvat. Nadien is besloten om de onderhavige locatie aan de Nieuwlandstraat aan het voetgangersgebied toe te voegen en aldaar het voetgangersgebied (ook) digitaal te handhaven. In de bewonersbrief van de gemeente Tilburg is weliswaar vermeld dat het parket Centrale Verwerking van het Openbaar Miniserie (CVOM) is akkoord gegaan met het cameratoezicht, maar de advocaat-generaal heeft - op vragen van het hof - laten weten dat geen nieuw plan van aanpak is ingediend dan wel niet expliciet instemming is verleend. Gelet hierop heeft het gerechtshof vastgesteld dat met betrekking tot de onderhavige digitale handhaving niet wordt voldaan aan hetgeen in de Regeling is vermeld. Dat brengt mee dat de ambtenaar niet bevoegd is om de onderhavige sanctie wegens overtreding van artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) op te leggen (ECLI:NL:GHARL:2024:5340).
Tijdens de zitting heeft de zittingsvertegenwoordiger aangevoerd dat het CVOM een fout had gemaakt en een verkeerd plan van aanpak overhandigd tijdens de hoger beroepsfase, waardoor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het plan van aanpak uit 2018 heeft beoordeeld. Tijdens de zitting van 9 september 2024 heeft de zittingsvertegenwoordiger het plan van aanpak van 20 mei 2020 overhandigd. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had het plan van aanpak van 20 mei 2020 moeten beoordelen, maar door een fout in het hoger beroep is dat niet gebeurd. Het plan uit 2020 gaat over de uitbreiding van het voetgangersgebied en waarom zij via de digitale weg wilde gaan handhaven. Het CVOM bevestigt dat de gemeente contact heeft opgenomen met het CVOM en dat door het CVOM is ingestemd met het plan van aanpak van 20 mei 2020. Op het plan van aanpak staat versie: 0.1 en het betreft een concept, maar dit is het plan van aanpak dat naar het CVOM is gestuurd. Het CVOM heeft deze versie beoordeeld en heeft instemming gegeven. Aangezien de kantonrechter van oordeel was dat het onduidelijk was wanneer de goedkeuring was gegeven heeft de zittingsvertegenwoordiger ter zitting navraag gedaan bij een collega die was betrokken bij het plan van aanpak. Het plan van aanpak is door die collega goedgekeurd en hij is ook benoemd in de andere stukken. Op 5 juni 2020 is de eerste reactie gestuurd over het plan van aanpak en op 12 maart 2021 is er een officieel akkoord gegeven op alle stukken. Dit plan van aanpak dus is akkoord bevonden. De kantonrechter is van oordeel dat er sprake van instemming en dat de boa’s wel bevoegd waren om via de digitale weg te handhaven en de boetes op te leggen.
Hoorplicht
De gemachtigde stelt dat sprake is van schending van de hoorplicht in de fase van het beroep bij de officier van justitie, waar betrokkene zelf beroep had ingesteld. In de inleidende boetebeschikking is sinds 22 december 2022 onder het kopje “Niet eens met de boete?” onder andere vermeld “Wilt u in een gesprek uitleggen waarom u het niet eens bent met de boete? Geef dan ook uiterlijk [datum] aan dat u gehoord wilt worden.” Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt hieruit voldoende duidelijk wat het recht om te worden gehoord inhoudt en dat betrokkene hiervan gebruik heeft kunnen maken. Van schending van de hoorplicht is daarom geen sprake (zie ook ECLI:NL:GHARL:2024:4649).
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.