Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-01-23
ECLI:NL:RBZWB:2025:329
Strafrecht
Op tegenspraak
1,417 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-041197-21
tussenbeslissing van de meervoudige kamer van 23 januari 2025
in de strafzaak tegen
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,
thans verblijvende in het Justitieel Complex Zaanstad in Westzaan,
hierna verder aangeduid als betrokkene.
1De stukken
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de vordering van de officier van justitie van 17 december 2024, die strekt tot omzetting van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden in een tbs met verpleging van overheidswege;
- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene;
- het voorlopig adviesrapport van Jeugdbescherming & Reclassering Leger des Heils van 12 december 2024;
- het definitief adviesrapport van Jeugdbescherming & Reclassering Leger des Heils van 8 januari 2025.
2De procesgang
Bij vonnis van deze rechtbank van 30 augustus 2021 is betrokkene veroordeeld tot een
gevangenisstraf van 230 dagen, met aftrek van voorarrest, en de maatregel tbs met
voorwaarden. Betrokkene is hiertoe veroordeeld wegens een brandstichting en een poging tot brandstichting in de GGZ-instellingen waar zij toen verbleef.
De rechtbank constateert dat het in deze zaak gaat om misdrijven als bedoeld in artikel 38e,
eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De tbs met voorwaarden is aangevangen op 1 oktober 2021.
De tbs met voorwaarden is bij beslissing van 13 oktober 2023 verlengd met een jaar.De tbs met voorwaarden is bij beslissing van 7 oktober 2024 verlengd met twee jaren.
Betrokkene is op 16 december 2024 aangehouden vanwege het overtreden van aan haar opgelegde tbs voorwaarden.
De rechter-commissaris heeft op 17 december 2024 de voorlopige verpleging van betrokkene bevolen.
Ter zitting van 9 januari 2025 is de officier van justitie, mr. L.J. den Braber, gehoord. Ook
is betrokkene gehoord, bijgestaan door haar raadsvrouw mr. S.P.H. Brinkman, advocaat te ’s-Hertogenbosch. Verder zijn mevrouw [reclasseringswerker 1] en mevrouw [reclasseringswerker 2], reclasseringsmedewerkers, als deskundigen gehoord.
3De onvolledigheid van het onderzoek ter terechtzitting
De rechtbank zal het onderzoek heropenen. Bij de beraadslaging in raadkamer is gebleken dat de rechtbank zich op basis van de voorhanden zijnde stukken onvoldoende voorgelicht acht om te kunnen oordelen op de door de officier van justitie ingediende vordering. Het is voor de rechtbank namelijk niet duidelijk waarom omzetting van de tbs met voorwaarden in een tbs met verpleging van overheidswege op dit moment noodzakelijk is. Uit de voorhanden zijnde stukken blijkt immers onvoldoende of betrokkene een gestelde voorwaarde niet heeft nageleefd dan wel dat het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de omzetting eist.
De rechtbank acht nader onderzoek noodzakelijk.
De rechtbank verzoekt de officier van justitie om vóór de volgende zitting een psycholoog (PJ-deskundige) te benoemen en die aanvullend te laten rapporteren over de noodzaak van het omzetten van de tbs met voorwaarden in een tbs met verpleging van overheidswege. De rechtbank stelt de stukken daartoe in handen van de officier van justitie. Mocht de psycholoog tot de conclusie komen dat omzetting van de tbs met voorwaarden niet aan de orde is, dan geeft de rechtbank hierbij alvast de opdracht aan de officier van justitie om de reclassering in samenwerking met Divisie Individuele Zaken (DIZ) een nieuwe indicatiestelling te laten onderzoeken en hierover te rapporteren aan de rechtbank.
De rechtbank zal daarom het onderzoek heropenen en de zaak vervolgens aanhouden voor onbepaalde tijd, maar maximaal drie maanden. De verkeerstoren zal na het uitspreken van deze beslissing contact opnemen met de verdediging en de officier van justitie om een nieuwe zittingsdatum te bepalen.
Dictum
De rechtbank:
- heropent het onderzoek en schorst het voor onbepaalde tijd, maar maximaal drie maanden;
- stelt de stukken in handen van de officier van justitie teneinde een psycholoog (PJ-deskundige) te benoemen en die aanvullend te laten rapporteren over de noodzaak van het omzetten van de tbs met voorwaarden in een tbs met verpleging van overheidswege, binnen drie maanden of korter indien mogelijk;
- mocht de psycholoog tot de conclusie komen dat omzetting van de tbs met voorwaarden niet aan de orde is, dan geeft de rechtbank hierbij alvast de opdracht aan de officier van justitie om de reclassering in samenwerking met DIZ een nieuwe indicatiestelling te laten onderzoeken en hierover tijdig voor de nadere zitting te rapporteren aan de rechtbank;
- beveelt de oproeping van betrokkene, haar raadsvrouw en de reclassering tegen de nader te bepalen datum en tijdstip;
Deze tussenbeslissing is gewezen door mr. D. van Kralingen, voorzitter, mr. V.M. Schotanus en mr. J.M.J.C. Paijmans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 januari 2025.
De voorzitter is niet in de gelegenheid deze tussenbeslissing mede te ondertekenen.