Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-02-17
ECLI:NL:RBZWB:2025:3227
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
856 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11281842 \ MB VERZ 24-1142
CJIB-nummer : 4062 5422 5868 2989
uitspraakdatum : 17 februari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Wilhelminasingel te Breda op 17 juni 2023 om 23:58 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene vindt dat de foto misleidend is en niet het volledige verhaal weergeeft. Vanaf de hoek waar de foto is genomen blijkt niet hoeveel ruimte er nog over is voor voetgangers. Betrokkene parkeert zijn auto daar dagelijks op dezelfde manier en heeft nooit eerder een boete gekregen, terwijl verbalisanten vaak genoeg langsrijden, aangezien het hoofdkantoor om de hoek ligt. Betrokkene laat altijd genoeg ruimte over voor voetgangers om te passeren. Dat heeft betrokkene nu ook gedaan.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene had het voertuig met vier wielen op het trottoir geparkeerd. Dit is nooit toegestaan. Of er sprake is van hinder is niet relevant.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
Vaststaat dat betrokkene het voertuig met vier wielen op het trottoir heeft laten staan, terwijl dit niet is toegestaan. Dat mogelijk geen hinder werd veroorzaakt en voetgangers er nog langs konden is niet van belang. Dat betrokkene niet eerder is beboet maakt dit niet anders.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2025.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: