Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-02-17
ECLI:NL:RBZWB:2025:3224
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,018 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11281778 \ MB VERZ 24-1137
CJIB-nummer : 4062 5422 5961 6326
uitspraakdatum : 17 februari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Houtmarkt te Breda op 23 juli 2023 om 01:43 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene heeft op de pleegdatum op meerdere manieren contact gezocht met de politie over de gang van zaken in Breda wat betreft het parkeren of binnenrijden van de verkeersluwe zone in de binnenstad. Daar heeft betrokkene geen duidelijk antwoord op gekregen. Momenteel weet betrokkene dat je een ontheffing kunt kopen, maar dat wist geen enkele agent hem te vertellen. Betrokkene vindt het zeer onredelijk en onterecht om zo bestraft te worden. Hij wist op dat moment niet beter en was genoodzaakt daar te staan in verband met het laden van veel dure apparatuur. Betrokkene verzoekt om coulance.
Ter zitting heeft betrokkene aangevoerd dat hij de situatie in Breda niet zo goed kende en het niet veilig vond om 200 meter verder te rijden. Betrokkene heeft het in totaal aan vier personen gevraagd, waarvan twee agenten, maar op dat moment wist niemand hoe het zat. Betrokkene stelt nog geen 10 minuten weg geweest te zijn.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de weggebruiker om te achterhalen waar je kunt laden of lossen. De boete is daarom terecht opgelegd.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent dit feitelijk ook niet.
De kantonrechter wijst erop dat het de eigen verantwoordelijkheid van betrokkene was om tijdig vooraf uit te zoeken waar laad- en losactiviteiten verricht mogen worden, aangezien hij wist dat hij veel zware apparatuur moest laden. Dat de verbalisanten die middag geen antwoord hadden op de gestelde vragen is vervelend, maar doet daar niets aan af. Betrokkene had anders kunnen en moeten handelen door dit al in de dagen ervoor uit te zoeken.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2025.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: