Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-02-17
ECLI:NL:RBZWB:2025:3198
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,063 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11281798 \ MB VERZ 24-1138
CJIB-nummer: 7062 5422 5886 5981
uitspraakdatum: 17 februari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de Maasdijk (fietspad) te Raamsdonksveer op 23 juni 2023 om 16:05 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Op het moment dat betrokkene de gedraging verrichte stond er een zeer lange file op de Maasdijk. Dit is al een lange tijd het geval sinds ze met de Haringvlietbrug bezig zijn en de A27 hierdoor dichtslibt. Ook de toegangswegen naar de Maasdijk vanuit Dombosch stonden volledig vast. Betrokkene kwam inderdaad aanrijden bij een rood stoplicht, maar een automobilist, die toch niet kon invoegen op de Maasdijk vanwege de drukte, gaf betrokkene met een handgebaar voorrang, waardoor betrokkene inderdaad door rood reed. Betrokkene probeerde de omstandigheden nog aan de verbalisant uit te leggen, maar die gaf aan dat hij nou eenmaal toevallig achter betrokkene reed. Betrokkene fietst er dagelijks en heeft geen reden om de regels te overtreden. In dit geval was de situatie echt anders.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene ontkent de gedraging niet, waardoor deze kan worden vastgesteld. De zittingsvertegenwoordiger heeft begrip voor de door betrokkene gemaakte keuze, maar ziet daarin geen bijzondere omstandigheden voor een matiging.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent dit feitelijk ook niet.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat, ondanks dat betrokkene fout heeft gehandeld, de kantonrechter gelet op de omstandigheden begrip heeft voor de door betrokkene gemaakte keuze. De boete zal worden gematigd tot € 50,-.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 50,- plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 60,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2025.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: