Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-11
ECLI:NL:RBZWB:2025:3173
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
905 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11207808 \ MB VERZ 24-908
beschikkingsnummer: 19062410090560155000
uitspraakdatum: 11 maart 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep inzake een boete op grond van artikel 154b van de Gemeentewet
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een bestuurlijke boete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen bezwaar gemaakt bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: het college). Het college heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dat besluit is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 maart 2025. Namens het college zijn verschenen [zittingsvertegenwoordiger 1] en [zittingsvertegenwoordiger 2] (hierna: zittingsvertegenwoordigers). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk worden ingezameld, niet afzonderlijk ter inzameling aanbieden op 19 juni 2024 om 10:09 uur op de [straat] te Breda.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat er een waarschuwing zat op de vuilnisbak en er vervolgens toch is beboet. Betrokkene snapt niet waarom ze en een waarschuwing en direct een boete krijgt. Ook snapt betrokkene niet waarom de boete naar haar persoonlijk is gestuurd, terwijl de woning op naam van haar vriend staat en hij de hoofdbewoner is. Het gaat om een eenmalige misstap, terwijl zij als gezin bewust afval scheiden en bezig zijn met duurzaamheid.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De rode kaart op de vuilnisbak is alleen ter vermelding dat deze niet is geleegd. Op de website van de gemeente Breda is vervolgens de reden te zien. Verder kent de Basisregistratie Personen (BRP) geen hoofdbewoner, maar enkel een bewoner. In dit geval heeft de verbalisant gekozen om de boete aan betrokkene op te leggen.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de foto’s - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dit wordt feitelijk ook niet ontkend. Vaststaat dat het afval niet juist is gescheiden. Dat het mogelijk een eenmalige misstap betreft maakt dit niet anders. De kantonrechter wijst erop dat een rode kaart aan de container niet betekent dat geen boete kan worden opgelegd. Voorts is elke bewoner verantwoordelijk voor het juist aanbieden van afval van dat huishouden.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: