Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-01-21
ECLI:NL:RBZWB:2025:263
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
758 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/3328 ZORG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2025 in de zaak tussen
[eiseres] te [plaats], eiseres
(gemachtigde: mr. D.P.W.H. Cremers)
en
Dienst Toeslagen (voorheen Belastingdienst/Toeslagen), verweerder
(gemachtigde: mr. F.S. Imandi en mr. A.N.J. van Dongen).
Inleiding
1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 22 februari 2024 (het bestreden besluit).
1.1.
De Dienst Toeslagen heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 9 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de Dienst Toeslagen.
Overwegingen
2. Eiseres heeft in de bezwaarfase een viertal verzoeken gedaan aan de Dienst Toeslagen. Hierop is in het bestreden besluit puntsgewijs gereageerd. In beroep heeft eiseres naar voren gebracht dat zij zich niet kan vinden in het bestreden besluit. Daarbij heeft zij de rechtbank verzocht om haar een termijn te gunnen van vier weken voor haar beroepsgronden. Vervolgens is aan eiseres een termijn van vier weken gegeven. Er zijn geen gronden ingediend. Ook niet door haar gemachtigde. De Dienst Toeslagen heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat eiseres niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres niet duidelijk gemaakt waarom en op welke punten zij het bestreden besluit niet juist acht. Hetgeen namens eiseres ter zitting is aangevoerd acht de rechtbank tardief en zal zij wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing laten. Gelet op het vorenstaande verklaart de rechtbank met toepassing van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk.
Conclusie
3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor vergoeding van het griffierecht of de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van J. Boer-IJzelenberg, griffier, op 21 januari 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.