Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-04-03
ECLI:NL:RBZWB:2025:2339
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
4,590 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/433355 / FA RK 25-1485
Datum uitspraak: 3 april 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats],
advocaat mr. C.E.J.E. Kouijzer te Middelburg.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 21 maart 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 april 2025. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Kouijzer;
de heer [naam 1], SPV’er in opleiding, behandelaar;
mevrouw [naam 2], SPV’er.
2Wat vaststaat
2.1.
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 6 mei 2025.
3Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden te verlenen.
4De standpunten
4.1.
Betrokkene geeft aan dat het goed met hem gaat en dat hij daar blij mee is. Hij weet niet zo goed wat hij vindt van het voorliggende verzoek. Betrokkene krijgt medicijnen voor de behandeling van zijn diabetes en voor ‘zijn hoofd’. Dat stelt betrokkene goed te vinden.
4.2.
De behandelaar van betrokkene vertelt dat er sinds 2023 verschillende opnames zijn geweest, waarna men dacht dat het goed ging met betrokkene. Betrokkene ontregelde echter steeds opnieuw. Ook nu lijkt het goed te gaan met betrokkene, maar de clozapine-spiegel blijft laag. Daarom is een zorgmachtiging in deze fase nog noodzakelijk. Betrokkene kan door de lage medicatiespiegel ondanks het innemen van zijn medicatie ontregelen. Als dat gebeurt komt betrokkene in een negatieve spiraal waarbij andere vormen van verplichte zorg noodzakelijk kunnen worden. Desgevraagd geeft de behandelaar aan dat hij denkt dat er zeker twaalf maanden nodig zullen zijn om betrokkene richting een volledig vrijwillige behandeling te krijgen.
4.3.
De advocaat van betrokkene bepleit toewijzing van het verzoek. De stoornis van betrokkene is vastgesteld en op de momenten dat het misgaat kan het snel misgaan, met hele vervelende gevolgen. Het uitgangspunt is een vrijwillige behandeling, maar de advocaat erkent dat dat op dit moment nog niet mogelijk is. Als de verzochte zorgmodaliteiten ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ enkel worden toegewezen in het geval van ontregeling, dan zijn de door de officier van justitie verzochte vormen passend, proportioneel en doelmatig. Daarbij merkt de advocaat op dat ze ervan uitgaat dat een opname niet langer duurt dan strikt noodzakelijk.
Beoordeling
5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. Bij betrokkene uit dit zich in de vorm van een psychotische stoornis.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat het psychische evenwicht bij betrokkene kwetsbaar is. De clozapine-spiegel is nog steeds laag waardoor betrokkene ondanks het innemen van de medicatie psychotisch kan ontregelen. Het gaat weliswaar op dit moment goed met betrokkene, maar op het moment dat hij ontregelt ziet men een significant ander persoon. Tijdens eerdere ontregelingen hebben er agressie-incidenten plaatsgevonden, heeft betrokkene zich dreigend opgesteld, is er brand ontstaan in de woning van betrokkene, is er door de omgeving geklaagd over geluidsoverlast en is betrokkene in de nabijheid van de autosnelweg gevonden. Betrokkene loopt een verhoogd risico om zijn huurwoning te verliezen als zijn overlast gevende gedrag persisteert. Tevens bestaat de kans dat bij een nieuwe ontregeling de buurt zich tegen betrokkene gaat keren. Daarnaast weigert betrokkene ten tijde van psychische decompensatie zorg met betrekking tot de diabetes, wat kan leiden tot ernstige, gevaarlijke metabole ontregeling.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het psychische evenwicht van betrokkene is op dit moment dusdanig kwetsbaar dat een behandeling op vrijwillige basis nog niet mogelijk is. Betrokkene wordt bij ontregeling afhoudend naar GGZ-behandeling en psychofarmaca. Daarnaast is er sprake van een zeer gebrekkig ziektebesef, is er geen ziekte-inzicht en toont betrokkene geen inzicht in de noodzaak om zijn medicatie strikt volgens voorschrift te continueren. Daarom is verplichte zorg nodig. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
5.7.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- opnemen in een accommodatie.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Dictum
De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats], inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in rechtsoverweging 5.6 en 5.7 kunnen worden getroffen;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 april 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2025 door mr. Scheltema Beduin, rechter, in aanwezigheid van mr. Brok, griffier, en op schrift gesteld op 17 april 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/433355 / FA RK 25-1485
Datum uitspraak: 3 april 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats],
advocaat mr. C.E.J.E. Kouijzer te Middelburg.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 21 maart 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 april 2025. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Kouijzer;
de heer [naam 1], SPV’er in opleiding, behandelaar;
mevrouw [naam 2], SPV’er.
2Wat vaststaat
2.1.
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 6 mei 2025.
3Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden te verlenen.
4De standpunten
4.1.
Betrokkene geeft aan dat het goed met hem gaat en dat hij daar blij mee is. Hij weet niet zo goed wat hij vindt van het voorliggende verzoek. Betrokkene krijgt medicijnen voor de behandeling van zijn diabetes en voor ‘zijn hoofd’. Dat stelt betrokkene goed te vinden.
4.2.
De behandelaar van betrokkene vertelt dat er sinds 2023 verschillende opnames zijn geweest, waarna men dacht dat het goed ging met betrokkene. Betrokkene ontregelde echter steeds opnieuw. Ook nu lijkt het goed te gaan met betrokkene, maar de clozapine-spiegel blijft laag. Daarom is een zorgmachtiging in deze fase nog noodzakelijk. Betrokkene kan door de lage medicatiespiegel ondanks het innemen van zijn medicatie ontregelen. Als dat gebeurt komt betrokkene in een negatieve spiraal waarbij andere vormen van verplichte zorg noodzakelijk kunnen worden. Desgevraagd geeft de behandelaar aan dat hij denkt dat er zeker twaalf maanden nodig zullen zijn om betrokkene richting een volledig vrijwillige behandeling te krijgen.
4.3.
De advocaat van betrokkene bepleit toewijzing van het verzoek. De stoornis van betrokkene is vastgesteld en op de momenten dat het misgaat kan het snel misgaan, met hele vervelende gevolgen. Het uitgangspunt is een vrijwillige behandeling, maar de advocaat erkent dat dat op dit moment nog niet mogelijk is. Als de verzochte zorgmodaliteiten ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ enkel worden toegewezen in het geval van ontregeling, dan zijn de door de officier van justitie verzochte vormen passend, proportioneel en doelmatig. Daarbij merkt de advocaat op dat ze ervan uitgaat dat een opname niet langer duurt dan strikt noodzakelijk.
Beoordeling
5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. Bij betrokkene uit dit zich in de vorm van een psychotische stoornis.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat het psychische evenwicht bij betrokkene kwetsbaar is. De clozapine-spiegel is nog steeds laag waardoor betrokkene ondanks het innemen van de medicatie psychotisch kan ontregelen. Het gaat weliswaar op dit moment goed met betrokkene, maar op het moment dat hij ontregelt ziet men een significant ander persoon. Tijdens eerdere ontregelingen hebben er agressie-incidenten plaatsgevonden, heeft betrokkene zich dreigend opgesteld, is er brand ontstaan in de woning van betrokkene, is er door de omgeving geklaagd over geluidsoverlast en is betrokkene in de nabijheid van de autosnelweg gevonden. Betrokkene loopt een verhoogd risico om zijn huurwoning te verliezen als zijn overlast gevende gedrag persisteert. Tevens bestaat de kans dat bij een nieuwe ontregeling de buurt zich tegen betrokkene gaat keren. Daarnaast weigert betrokkene ten tijde van psychische decompensatie zorg met betrekking tot de diabetes, wat kan leiden tot ernstige, gevaarlijke metabole ontregeling.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het psychische evenwicht van betrokkene is op dit moment dusdanig kwetsbaar dat een behandeling op vrijwillige basis nog niet mogelijk is. Betrokkene wordt bij ontregeling afhoudend naar GGZ-behandeling en psychofarmaca. Daarnaast is er sprake van een zeer gebrekkig ziektebesef, is er geen ziekte-inzicht en toont betrokkene geen inzicht in de noodzaak om zijn medicatie strikt volgens voorschrift te continueren. Daarom is verplichte zorg nodig. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
5.7.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- opnemen in een accommodatie.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Dictum
De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats], inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in rechtsoverweging 5.6 en 5.7 kunnen worden getroffen;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 april 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2025 door mr. Scheltema Beduin, rechter, in aanwezigheid van mr. Brok, griffier, en op schrift gesteld op 17 april 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.