Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-01-17
ECLI:NL:RBZWB:2025:219
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
758 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/10678
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
en
de ontvanger van de belastingdienst, de ontvanger.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de brief van de ontvanger van 31 oktober 2023. Het beroep ziet op het treffen van een betalingsregeling.
1.1.
Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. Belanghebbende geeft aan dat hij het niet eens is met de afwijzing van zijn verzoek om een betalingsregeling.
3. De griffier van de rechtbank heeft belanghebbende erop gewezen dat de belastingrechter niet bevoegd is om een betalingsregeling te treffen, dat daarvoor een verzoek gedaan moet worden bij de ontvanger van de belastingdienst en dat bij een geschil daarover een rechtsvordering kan worden ingesteld bij de civiele rechter. Belanghebbende is daarom ook gevraagd of hij het beroep wil intrekken. Belanghebbende is ook verzocht om aan te geven als het beroepschrift wel is gericht tegen een uitspraak op een tegen een aanslag ingediend bezwaar een afschrift hiervan te overleggen. De laatste brief die hierover is gestuurd, is een digitaal verzonden bericht van 23 januari 2024. Belanghebbende heeft hierop niet gereageerd.
4. Uit de motivering van het beroepschrift is op te maken dat belanghebbende het niet eens is met de afwijzing van het verzoek om een betalingsregeling en dat belanghebbende wil dat de belastingrechter een betalingsregeling treft. De belastingrechter is daartoe echter niet bevoegd.
5. De rechtbank verklaart zich daarom kennelijk onbevoegd. Het terugstorten van het griffierecht blijft achterwege, omdat de griffier in deze procedure geen griffierecht heeft geheven.
Dictum
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 17 januari 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.