Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-02-21
ECLI:NL:RBZWB:2025:2132
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,321 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer.: 11156143 \ MB VERZ 24-469
CJIB-nummer: 4062 5422 6251 6940
uitspraakdatum: 21 februari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [naam]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring: bord C 9 bijlage I RVV 1990 op de Rijksweg N57 te Vrouwenpolder op 7 november 2023 om 11:50 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene is werkzaam in de agrarische sector. Het voertuig waar betrokkene in reed, namelijk een bietenrooier, kan en mag harder dan 25 kilometer per uur. Er is geen andere mogelijkheid voor betrokkene om bij klanten op Schouwen-Duiveland te komen. Betrokkene doet er alles aan om zo goed mogelijk de N57 te passeren, buitenom de spitstijden. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij vroeger via een parallelweg op Schouwen-Duiveland kwam, maar dat Rijkswaterstaat er nu slagbomen heeft geplaatst. Betrokkene stelt dat de situatie onwerkbaar is.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Bord C9 bijlage I RVV 1990 geeft aan dat de weg is gesloten voor motorvoertuigen met een beperkte snelheid. Het voertuig van betrokkene valt hier ook onder. Betrokkene ontkent de gedraging niet, maar doet een beroep op omstandigheden. De gedraging kan dan ook voldoende worden vastgesteld.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat de verkeerssituatie onwerkbaar is. Zowel de betrokkene als de kantonrechter zien geen andere mogelijkheid om op Schouwen-Duiveland te komen dan gebruik te maken van de Rijksweg N57 nu de parallelweg op de Oosterscheldedam is afgesloten voor ander verkeer dan dienstvoertuigen. De boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 119,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.