Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-02-21
ECLI:NL:RBZWB:2025:2118
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,305 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer.: 11156168 \ MB VERZ 24-472
CJIB-nummer: 6062 5422 5923 9646
uitspraakdatum: 21 februari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden in strijd met gebod tot het volgen van aangegeven rijrichting: D4 op de Terneuzensestraat te Zaamslag op 6 juli 2023 om 20:26 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene zijn navigatiesysteem gaf aan dat betrokkene vanaf de Terneuzenstraat linksaf de Drieweg in moest rijden. Omdat betrokkene op het tegemoetkomende verkeer aan het letten was, is hem ontgaan dat er een bord stond dat hem gebood rechtdoor te rijden. Verder vind betrokkene het verkeersbord dat is bedoeld voor bouwverkeer erg verwarrend, omdat dit de indruk wekt dat het rechtdoor blijven rijden enkel voor bouwverkeer geld. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat er auto’s achter hem reden en het hierdoor een gevaarlijk punt was.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het verkeersbord had voor betrokkene voldoende duidelijk moeten zijn. Juist op plekken waar mensen niet bekend zijn wordt verwacht dat zij alert zijn op de bebording.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Gele borden voor het bouwverkeer en blauwe verkeersborden zijn voldoende onderscheidbaar.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene eerst het gele bouwverkeer bord is tegengekomen op zijn route. Door de omstandigheden ter plaatse is het aannemelijk dat betrokkene het gebodsbord daardoor over het hoofd heeft gezien. De boete zal worden gematigd tot € 55,00.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 55,-, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 55,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.