Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-04-08
ECLI:NL:RBZWB:2025:2024
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,427 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/3245 WSFBSF
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 april 2025 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres
en
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (DUO), verweerder.
Inleiding
1.1.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van DUO van 6 november 2023.
1.2.
DUO heeft dat bezwaar met het besluit van 5 maart 2024 (bestreden besluit) niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres is tegen dat besluit in beroep gegaan.
1.3.
DUO heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft beroep op 18 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen mr. F. Hummel-Fekkes namens DUO. Eiseres is niet verschenen.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt of DUO het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Dat betekent dat DUO het bezwaar van eiseres ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. Eiseres heeft op 8 september 2023 aan DUO doorgegeven dat haar woonsituatie is gewijzigd. Eiseres heeft op het bewuste formulier aangegeven per 1 mei 2023 uitwonend te zijn.
4.1.
Met het besluit van 9 oktober 2023 heeft DUO eiseres bericht dat zij in augustus 2023 recht heeft op de basistoelage inwonend. De tegemoetkoming bedraagt € 125,07 per maand. Daarbij is aangegeven dat de basistoelage uitwonend pas kan worden vastgesteld als eiseres de verklaring voor uitwonenden, die zij apart zal ontvangen of al ontvangen zal hebben, instuurt.
4.2.
Met het besluit van 6 november 2023 heeft DUO eiseres gemeld dat zij op 31 oktober 2023 de verklaring uitwonende heeft teruggestuurd. Eiseres heeft in augustus 2023 recht op een tegemoetkoming van € 455,92. Door de gewijzigde tegemoetkoming heeft eiseres te weinig ontvangen. Dit bedrag (€ 330,85) wordt met de eerstvolgende maandbetaling uitbetaald.
4.3.
Met het bestreden besluit heeft DUO het bezwaar tegen het besluit van 6 november 2023 niet-ontvankelijk verklaard. Daarbij heeft DUO aangegeven dat het besluit van 6 november 2023 wat betreft de datum waarop de woonsituatie van eiseres is gewijzigd niets verandert in haar rechten en plichten ten opzichte van de al eerder genomen beslissing van 9 oktober 2023.
4.4.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft DUO zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat het besluit van 6 november 2023 een herhalingsbesluit is van het besluit van 9 oktober 2023. In het besluit van 9 oktober 2023 is bepaald dat eiseres in augustus 2023 recht heeft op de basistoelage inwonend. Deze bedraagt € 125,07. In dat besluit is aangegeven dat de basistoelage uitwonend pas kan worden vastgesteld als eiseres de verklaring voor uitwonenden instuurt. Eiseres heeft vervolgens deze verklaring ingezonden waarna DUO bij besluit van 6 november 2023 aan haar over augustus 2023 de basistoelage uitwonend tot een bedrag van € 455,92 heeft toegekend. Met het besluit van 6 november 2023 vindt er dus een wijziging plaats in de rechtspositie van eiseres. Het besluit van 6 november 2023 is daarmee op rechtsgevolg gericht. Dit betekent dat het besluit van 6 november 2023 moet worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. DUO heeft ten onrechte het door eiseres ingestelde bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Conclusie
5. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit zal worden vernietigd. De rechtbank draagt DUO op om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, met inachtneming van deze uitspraak.
5.1.
Omdat het beroep gegrond is, moet DUO aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op het bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt de minister op het griffierecht van € 51,- aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 8 april 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.