Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-04-02
ECLI:NL:RBZWB:2025:1964
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,959 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11368046 \ CV EXPL 24-5319
Vonnis van 2 april 2025
in de zaak van
TER VERMAAK ENDE LERING B.V.,
te West Maas en Waal,
eisende partij,
hierna te noemen: Ter Vermaak ende Lering,
gemachtigde: mr. F.C.P. Teeuw, werkzaam ten kantore van de Stichting Rechtsbijstand,
tegen
DE PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSOON GEMEENTE DONGEN,
te Dongen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente Dongen,
vertegenwoordigd door mr. R. van der Meijden, mr. I.M.M. Andries en [naam 1], allen werkzaam bij de gemeente Dongen.
1De zaak in het kort
Ter Vermaak ende Lering vordert van de gemeente Dongen een bedrag van € 12.265,20 aan (huur)vergoeding over de periode van juli 2024 tot 16 september 2024. De kantonrechter wijst de vordering af omdat de overeenkomst op 21 mei 2024 rechtsgeldig is opgezegd.
Procesverloop
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 december 2024
- de mondelinge behandeling van 18 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2.
Daarna is vonnis bepaald.
Feiten
3.1.
Op 11 juli 2022 hebben Ter Vermaak ende Lering, rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer [naam 2] en mevrouw [naam 3], en de gemeente Dongen een overeenkomst gesloten betreffende de beschikbaarstelling van het gebouw [adres] om te fungeren als gemeentelijke opvanglocatie voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen.
3.2.
In artikel 1 lid 2 van de overeenkomst is bepaald dat de overeenkomst door één van partijen kan worden beëindigd door schriftelijke opzegging en met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste één maand.
3.3.
Op 21 mei 2024 heeft de gemeente Dongen in een brief gericht aan de heer
[naam 2] en mevrouw [naam 3], de huurovereenkomst opgezegd per
1 juli 2024.
3.4.
Op 23 juli 2024 hebben [naam 2] en [naam 3], voornoemd, namens
Ter Vermaak en de Lering aan de gemeente bericht dat de opzegging niet aan de contractspartij is gericht, maar alleen aan de vertegenwoordigers en dat de overeenkomst daarom nog doorloopt.
3.5.
Bij brief van 5 augustus 2024 heeft de gemeente Dongen bericht dat de overeenkomst rechtsgeldig is opgezegd en dat de opzegging standhoudt.
3.6.
Omdat Ter Vermaak ende Lering de geldigheid van de opzegging heeft betwist, heeft de gemeente Dongen op 15 augustus 2024 een aan Ter Vermaak en de Lering gerichte opzegging van de overeenkomst gestuurd.
3.7.
Op 22 september 2024 heeft Ter Vermaak ende Lering aan de gemeente Dongen een bedrag van € 12.265,20 gefactureerd, zijnde de opvangvergoeding en energiecompensatie over de periode van juni tot en met september 2024. Dit bedrag is onbetaald gebleven.
Geschil
4.1.
Ter Vermaak ende Lering vordert - samengevat - veroordeling van de gemeente Dongen tot betaling van € 12.941,66, vermeerderd met rente en kosten.
4.2.
De gemeente Dongen voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Ter Vermaak ende Lering, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Ter Vermaak ende Lering, met veroordeling van Ter Vermaak ende Lering in de kosten van deze procedure.
Beoordeling
5.1.
Ter Vermaak ende Lering legt aan haar vordering ten grondslag dat de opzegging van 21 mei 2024 geen effect heeft gehad, omdat deze niet is gericht aan een partij bij de overeenkomst. De opzegging van 15 augustus 2024 is wel correct gedaan, zodat de gemeente Dongen tot en met 16 september 2024 gehouden is de overeengekomen vergoedingen te voldoen.
5.2.
De gemeente Dongen voert verweer op na te melden gronden.
5.3.
Geschil
“Met ingang van 11 juli 2022 stelt u -middels Ter Vermaak ende Lering- ruimte ter beschikking aan gemeente Dongen om te fungeren als gemeentelijke opvanglocatie voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen (…) In de overeenkomst die met jullie is gesloten, staat een opzegtermijn van één maand. Om de overgang goed te kunnen laten plaatsvinden, zal de gemeentelijke opvang met ingang van 1 juli 2024 sluiten.(…)”
5.4.
De kantonrechter is van oordeel dat uit deze brief duidelijk blijkt dat de opzegging ziet op de huurovereenkomst die de gemeente Dongen met Ter Vermaak ende Lering heeft gesloten. In het lichaam van de brief is de naam van de vennootschap vermeld en wordt verwezen naar de betreffende huurovereenkomst. Daarbij is overigens opvallend dat in de aanhef van de huurovereenkomst niet is vermeld dat Ter Vermaak ende Lering een besloten vennootschap is. De kantonrechter overweegt dat een vennootschap doorgaans wordt vertegenwoordigd door natuurlijke personen, dit zijn in dit geval [naam 2] en [naam 3]. Weliswaar was het netter en juridisch correct geweest als de opzeggingsbrief was gericht aan Ter Vermaak en de Lering, maar vaststaat dat de brief haar heeft bereikt en tijdens de mondelinge behandeling is erkend dat de bedoeling van de brief bij de contractspartij duidelijk was, namelijk de opzegging van de huurovereenkomst. Gelet op alle feiten en omstandigheden is de kantonrechter met de gemeente Dongen van oordeel dat de opzeggingsbrief van 21 mei 2024 effect heeft gehad. Dit betekent dat de vordering moet worden afgewezen.
5.5.
Ter Vermaak ende Lering is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de gemeente Dongen worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
947,00
5.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
6.1.
wijst de vordering van Ter Vermaak ende Lering af,
6.2.
veroordeelt Ter Vermaak ende Lering in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Ter Vermaak ende Lering niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt Ter Vermaak ende Lering tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.