Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-28
ECLI:NL:RBZWB:2025:1939
Strafrecht
Raadkamer
1,237 tokens
Dictum
[de verzoeker],
geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. N. Wouters, Lange Noordstraat 29, 4331 CB Middelburg,
hierna te noemen: de verzoeker.
Procesverloop
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 15 oktober 2024 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 529 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 7.518,54, voor proceskosten voor het opstellen van een rapport door [deskundige 1];
€ 1.439,90, voor proceskosten voor het opstellen van een rapport door [deskundige 2];
het op 15 oktober 2024 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 340,00 € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
het vonnis van de meervoudige kamer van 25 augustus 2023 waarbij verzoeker is veroordeeld;
de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
de overige stukken in het raadkamerdossier.
Het verzoek is behandeld op 14 maart 2025. Hierbij is de officier van justitie mr. R. Jacobs gehoord.
Zowel verzoeker als diens advocaat zijn behoorlijk opgeroepen maar na correspondentie met de rechtbank niet bij de behandeling van de verzoeken verschenen.
De advocaat heeft schriftelijk kenbaar gemaakt dat verzoeker op 25 augustus 2023 is veroordeeld door de meervoudige kamer vanwege mishandeling van zijn kind. Binnen het strafrechtelijk onderzoek zijn diverse deskundigen geraadpleegd waaronder [deskundige 1] en [deskundige 2]. Verzocht wordt een vergoeding van deze kosten toe te wijzen en ook de forfaitaire vergoeding voor het opstellen van het verzoekschrift toe te kennen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vergoeding kan worden toegewezen conform het verzoek.
Beoordeling
De zaak is geëindigd met een oplegging van een straf of maatregel.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd.
Op grond van artikel 529 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding van kosten worden toegekend. Voorwaarde hierbij is dat de kosten in het belang van de zaak moeten zijn gemaakt.
Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Uit het proces-verbaal van de zitting van 11 augustus 2023 volgt dat de rapporten van de deskundigen [deskundige 1] en [deskundige 2] een rol hebben gespeeld in de beoordeling van de zaak. De rechtbank is van oordeel dat deze kosten in het belang van de zaak zijn gemaakt en voor vergoeding in aanmerking komen. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de kosten voor het opstellen van deze rapporten € 7.518,54 respectievelijk € 1.439,90 waren. De rechtbank wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding voor deze kosten toe.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van de verzoekschriften in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 340,00 toegekend.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 529 Sv toe tot een bedrag van € 8.958,44, bestaande uit:
- € 7.518,54, voor proceskosten voor het opstellen van een rapport door [deskundige 1] en
- € 1.439,90, voor proceskosten voor het opstellen van een rapport door [deskundige 2];
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van
€ 340,00, bestaande uit de kosten verbonden aan de indiening van de verzoekschriften;
bepaalt dat een bedrag van € 9.298,44 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Wouters & Wouters advocaten, onder vermelding van “[de verzoeker] 24-025810 & 24-025808”.
Deze beslissing is op 28 maart 2025 genomen door mr. L.W. Louwerse, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis en I.B. Bruijnooge, griffiers, en is uitgesproken op de openbare zitting van 28 maart 2025.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.