Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-04-01
ECLI:NL:RBZWB:2025:1854
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,272 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/272 KINDER
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 april 2025 in de zaak tussen
[verzoekster], uit [plaats], verzoekster
(gemachtigde: mr. L.P.R. Gelissen),
en
Dienst Toeslagen (voorheen Belastingdienst/Toeslagen).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van Dienst Toeslagen in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het uitblijven van een besluit op haar aanmelding voor de ex-partnerregeling. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat Dienst Toeslagen op 28 januari 2025 dit besluit alsnog heeft genomen.
1.1.
De rechtbank heeft Dienst Toeslagen in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Dienst Toeslagen is bereid tot vergoeding van de proceskosten, maar verzoekt de rechtbank om daarbij een wegingsfactor van 0,25 te hanteren.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is Dienst Toeslagen aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of Dienst Toeslagen geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 6 januari 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op haar aanmelding. Dienst Toeslagen heeft op 28 januari 2025 dit besluit alsnog genomen. Hiermee is Dienst Toeslagen tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet Dienst Toeslagen aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Dienst Toeslagen moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 453,50 omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. Omdat de zaken een licht gewicht hebben, is op de waarde een factor van 0,5 toegepast. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. De rechtbank ziet, anders dan de rechtbank Midden-Nederland, geen aanleiding om in afwijking van de hoogste bestuursrechters een lagere wegingsfactor (0,25 in plaats van 0,5), zoals verzocht door Dienst Toeslagen, toe te passen.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat Dienst Toeslagen verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden.Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot Dienst Toeslagen wenden.
Dictum
De rechtbank veroordeelt Dienst Toeslagen tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van Alphen, rechter, in aanwezigheid van S.E. van Noort, griffier, op 1 april 2025, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Uitspraak van 4 september 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:4482.
Uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2288 en de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3209 waarin uit de toegekende proceskostenvergoeding blijkt dat een wegingsfactor van 0,5 is toegepast.
Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.