Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-26
ECLI:NL:RBZWB:2025:1790
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,804 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 9301361 \ CV EXPL 21-2605
Vonnis van 26 maart 2025
in de zaak van
[eiser]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M.J.A. Gaber,
tegen
DE ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ CZ GROEP ZORGVERZEKERAAR U.A.,
te Tilburg,
gedaagde partij,
hierna te noemen: CZ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 9 augustus 2023;
- de akte van [eiser] van 7 augustus 2024 met 1 productie;
- de akte van [eiser] van 4 december 2024 met 1 productie.
- de brief van de griffier van 4 december 2024;
- het bericht van de gemachtigde van [eiser] van 11 december 2024 en het bericht van de gemachtigde van CZ van 13 december 2024 waaruit blijkt dat zij akkoord zijn dat een andere rechter in deze zaak (eind)uitspraak doet.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
De kantonrechter heeft in zijn tussenvonnis van 9 augustus 2023 bepaald dat de zaak voor onbepaalde tijd wordt aangehouden totdat het Arbeidshof Antwerpen, Afdeling Hasselt, kamer 7 (hierna: het Arbeidshof) over het punt van de terugbetaling van de gezondheidszorgen door [naam] uitspraak heeft gedaan.
2.2.
[eiser] heeft in haar akte van 4 december 2024 een (tussen)arrest van het Arbeidshof van 18 november 2024 (bekend onder rolnummer 2021/AH/78) overgelegd.
Het Arbeidshof overweegt in rechtsoverweging 4 van dit arrest dat [naam] geen rechtstreekse betaling aan [eiser] kan verrichten en dat de Nederlandse zorgverzekeraar in het voorkomend geval moet terugvorderen bij [naam] op de wijze zoals bepaald in de administratieve beslissing van 21 juni 2018. Het Arbeidshof nodigt partijen uit om een afrekening te maken van het eigen aandeel (remgeld) waarvoor [naam] tussenkomst kan verlenen in geval van terugvordering van de Nederlandse zorgverzekeraar, rekening houdend met de overwegingen in dit arrest. Het Arbeidshof heropent ambtshalve de debatten. De mondelinge behandeling is bepaald op 5 mei as.
2.3.
[eiser] verzoekt de kantonrechter om de zaak voor onbepaalde tijd aan te houden totdat het Arbeidshof heeft beslist over het bedrag dat in aanmerking komt voor terugbetaling door [naam] in geval van terugvordering door CZ.
2.4.
Gelet op de inhoud van het tussenvonnis van 9 augustus 2023 en het (tussen)arrest van het Arbeidshof van 18 november 2024 zal de kantonrechter de zaak aanhouden tot het Arbeidshof in de hoger beroep zaak tussen [eiser] en [naam] een eindarrest heeft gewezen.
2.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
bepaalt dat de zaak voor onbepaalde tijd aangehouden wordt, totdat [eiser] het in onderdeel 2.4 genoemde eindarrest heeft overgelegd, vergezeld van een akte met een conclusie die [eiser] uit de uitspraak trekt, waarna CZ nog in de gelegenheid zal worden gesteld daarop te reageren;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2025.
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 9301361 \ CV EXPL 21-2605
Vonnis van 26 maart 2025
in de zaak van
[eiser]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M.J.A. Gaber,
tegen
DE ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ CZ GROEP ZORGVERZEKERAAR U.A.,
te Tilburg,
gedaagde partij,
hierna te noemen: CZ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 9 augustus 2023;
- de akte van [eiser] van 7 augustus 2024 met 1 productie;
- de akte van [eiser] van 4 december 2024 met 1 productie.
- de brief van de griffier van 4 december 2024;
- het bericht van de gemachtigde van [eiser] van 11 december 2024 en het bericht van de gemachtigde van CZ van 13 december 2024 waaruit blijkt dat zij akkoord zijn dat een andere rechter in deze zaak (eind)uitspraak doet.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
De kantonrechter heeft in zijn tussenvonnis van 9 augustus 2023 bepaald dat de zaak voor onbepaalde tijd wordt aangehouden totdat het Arbeidshof Antwerpen, Afdeling Hasselt, kamer 7 (hierna: het Arbeidshof) over het punt van de terugbetaling van de gezondheidszorgen door [naam] uitspraak heeft gedaan.
2.2.
[eiser] heeft in haar akte van 4 december 2024 een (tussen)arrest van het Arbeidshof van 18 november 2024 (bekend onder rolnummer 2021/AH/78) overgelegd.
Het Arbeidshof overweegt in rechtsoverweging 4 van dit arrest dat [naam] geen rechtstreekse betaling aan [eiser] kan verrichten en dat de Nederlandse zorgverzekeraar in het voorkomend geval moet terugvorderen bij [naam] op de wijze zoals bepaald in de administratieve beslissing van 21 juni 2018. Het Arbeidshof nodigt partijen uit om een afrekening te maken van het eigen aandeel (remgeld) waarvoor [naam] tussenkomst kan verlenen in geval van terugvordering van de Nederlandse zorgverzekeraar, rekening houdend met de overwegingen in dit arrest. Het Arbeidshof heropent ambtshalve de debatten. De mondelinge behandeling is bepaald op 5 mei as.
2.3.
[eiser] verzoekt de kantonrechter om de zaak voor onbepaalde tijd aan te houden totdat het Arbeidshof heeft beslist over het bedrag dat in aanmerking komt voor terugbetaling door [naam] in geval van terugvordering door CZ.
2.4.
Gelet op de inhoud van het tussenvonnis van 9 augustus 2023 en het (tussen)arrest van het Arbeidshof van 18 november 2024 zal de kantonrechter de zaak aanhouden tot het Arbeidshof in de hoger beroep zaak tussen [eiser] en [naam] een eindarrest heeft gewezen.
2.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
bepaalt dat de zaak voor onbepaalde tijd aangehouden wordt, totdat [eiser] het in onderdeel 2.4 genoemde eindarrest heeft overgelegd, vergezeld van een akte met een conclusie die [eiser] uit de uitspraak trekt, waarna CZ nog in de gelegenheid zal worden gesteld daarop te reageren;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2025.