Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-07
ECLI:NL:RBZWB:2025:1723
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
395 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/7891
uitspraak van 7 maart 2025 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser,
en
de minister van Financiën.
Overwegingen
2. Eiser heeft naar aanleiding van de uitspraak van 30 januari 2025 (hierna: de uitspraak) een e-mail naar de rechtbank gestuurd op 11 februari 2025. Eiser geeft aan dat er in rechtsoverweging 4.2. en het dictum van de uitspraak een kennelijke schrijffout is gemaakt. De daar vermelde datum van 17 februari 2024, zou 17 februari 2025 moeten zijn.
2.1.
De rechtbank stelt vast dat hier sprake is van een kennelijke verschrijving. Daarom zal de rechtbank de uitspraak als volgt herstellen.
Dictum
De rechtbank:
- herstelt de tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gedane uitspraak van 30 januari 2025 aldus, dat de datum 17 februari 2024 in zowel rechtsoverweging 4.2. als het dictum wordt vervangen door de datum 17 februari 2025;
- laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 7 maart 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
ECLI:NL:RBZWB:2025:481.