Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-01-17
ECLI:NL:RBZWB:2025:1110
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,693 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 10895840 \ MB VERZ 24-86
CJIB-nummer: 0062 5422 5841 5065
uitspraakdatum: 17 januari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : J.A. Dekkers (Verkeersboete.nl)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 januari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden, geconstateerd middels de RDW-registercontrole op 26 april 2023 om 17:05 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene is een vluchteling uit Oekraïne en had zich niet voldoende op de hoogte gebracht van de wet- en regelgeving omtrent het bezitten van voertuigen in Nederland. Ook geeft een sociaal werker namens betrokkene aan dat betrokkene woont in een opvanglocatie. Omdat betrokkene zijn brieven erg laat krijgt en hij het pas later kon vertalen doordat de sociaal werker een periode niet op de opvanglocatie is geweest, wist betrokkene zich geen raad. Gezamenlijk is de scooter nu verzekerd. Gemachtigde stelt voorts dat de registercontrole geen menselijke afweging kan maken en daarom niet goed kan beoordelen of er sprake is van bijzondere omstandigheden. Gelet hierop staat de sanctie volgens gemachtigde niet in verhouding tot het handelen van betrokkene, waardoor verzocht wordt om de sanctie minstens met 50% te matigen. Gemachtigde verwijst naar jurisprudentie ter ondersteuning. Voorts stelt gemachtigde dat artikel 13 lid 5 Wahv in strijd is met het gelijkheidsbeginsel dan wel het discriminatieverbod in de zin van artikel 14 van het EVRM en/of artikel 26 van het IVBPR. Gemachtigde verwijst naar het betoog in de bijlage en verzoekt om een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan verder niets toegevoegd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren omdat terecht is overgegaan tot niet-ontvankelijkverklaring. Subsidiair stelt de zittingsvertegenwoordiger zich op het standpunt dat het dossier een uitdraai van het RDW bevat waaruit blijkt dat het voertuig op de peildatum 26 april 2023 niet was verzekerd. Het voertuig dient te worden verzekerd of te worden geschorst. Het nalaten hiervan komt in beginsel voor rekening en risico van de kentekenhouder.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat ten onrechte is overgegaan tot niet-ontvankelijkverklaring omdat zich wel een geldige machtiging in het dossier bevindt en niet kan worden gecontroleerd of het verzuim tijdig is hersteld. Gemachtigde krijgt daarom het voordeel van de twijfel. Uit de stukken in het dossier - met name uit de gegevens van het RDW - blijkt voldoende dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dit wordt ook niet ontkend.
Het is de verplichting van de kentekenhouder ervoor te zorgen dat het voertuig is verzekerd of geschorst. Als men dit niet doet komt dit in beginsel voor rekening en risico van de kentekenhouder.
De boete is in zoverre dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene een vluchteling uit Oekraïne is en niet voldoende op de hoogte was van de Nederlandse wet- en regelgeving omtrent het bezitten van een voertuig. Betrokkene heeft actie ondernomen door het voertuig na ontvangst van de beschikking met behulp van een sociaal werker terstond te verzekeren. De boete zal worden gematigd tot € 210,-.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Deze is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
totaal € 1.230,50
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 210,-, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 210,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.230,50;
‒ verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de bezwaren tegen de uitbetaling van de proceskostenvergoeding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.