Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-05
ECLI:NL:RBZWB:2024:9637
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,798 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11283347 \ MB VERZ 24-1172
CJIB-nummer: 7062 5422 5620 6093
uitspraakdatum: 5 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 5 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: tegen de verplichte rijrichting inrijden (bord C3, eenrichtingsweg) op de Grote Gracht te Maastricht op 3 maart 2023 om 09:13 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene verwijst naar het beroep in de administratieve fase en stelt dat hij niet kan onderbouwen of aannemelijk maken wat er is gebeurd en dat de daarop betrekking hebbende overweging in de beslissing op het beroep voor betrokkene onbegrijpelijk is. De foto uit het dossier is ook op een ander moment gemaakt en de auto van betrokkene is daarop niet te zien. Wat wel blijkt uit de foto is dat er ook tegemoetkomend verkeer kwam, komend vanuit de Kommel. Ook is zichtbaar op de plek waar betrokkene, volgens de verbalisanten, zijn draai heeft gemaakt, ter hoogte van het paaltje dat rechts zichtbaar is van het links op de foto zichtbare eenrichtingsverkeersbord. Daar is sprake van tweerichtingsverkeer en betrokkene is dus niet tegen de rijrichting ingereden. Betrokkene geeft aan dat als er op die plek niet gekeerd mag worden er een bord RVV F07 (keerverbod) verwacht mag worden. Zoals te zien is, staat dat bord er niet. Verder heeft een bekende buurtbewoner van betrokkene aangegeven dat hij dezelfde verkeersmanoeuvre al 40 jaar maakt om bij zijn huis aan [straat] te komen en dat hij niet wist dat die manoeuvre niet zou zijn toegestaan. Betrokkene geeft aan dat hij dus is gekeerd op een plek waar dat kennelijk niet mocht, maar niet tegen de rijrichting is ingereden. Daarom wordt betrokkene de verkeerde feitcode verweten.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd een viertal foto’s te kunnen tonen waarop te zien is dat verschillende voertuigen deze manoeuvre uitvoeren zoals betrokkene heeft gedaan. Er is sprake van een onduidelijke situatie waarbij niet duidelijk is dat er niet gekeerd mag worden, ook al zou de feitcode gewijzigd worden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uitgegaan wordt van de verklaring van de verbalisant. Op google maps en de foto in het dossier is waar te nemen dat het niet is toegestaan om links af te slaan. De manoeuvre die betrokkene heeft uitgevoerd ziet de zittingsvertegenwoordiger niet als keren, zoals betrokkene aangeeft. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt de feitcode te wijzigen in R576: “als bestuurder in strijd met bord D4 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven” (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D4 is aangegeven) en de boete te verlagen naar € 110,-. Het genoemde bord is aanwezig op de pleeglocatie.
Zij verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en de zich in het dossier bevindende foto - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent ook niet linksaf te hebben geslagen.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Er staan duidelijk twee borden geplaatst, zoals door de verbalisant is verklaard en dit wordt ook niet door betrokkene ontkend. Het is een eigen verantwoording van een weggebruiker goed op de geplaatste bebording te letten en de geldende verkeersregels te volgen.
De boete is in zoverre dus terecht opgelegd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft voorgesteld het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren in die zin dat de feitcode moet worden gewijzigd in feitcode R576 met als omschrijving: “als bestuurder in strijd met bord D4 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven” (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D4 is aangegeven).
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor feitcode R552A; met als omschrijving “tegen de verplichte rijrichting inrijden (bord C3, eenrichtingsweg)”. Uit het dossier en de stellingen van betrokkene is gebleken dat deze feitcode niet juist is. De verbalisant had feitcode R576 moeten gebruiken nu betrokkene niet de rijrichting heeft gevolgd die op het bord is aangegeven. Bij die feitcode hoort een lager boetebedrag van € 110,-.
Naar het oordeel van de kantonrechter wordt betrokkene door deze wijziging van de feitcode niet in zijn belangen geschaad. Voor betrokkene was voldoende duidelijk waar de boete betrekking op had nu hij ook ter plekke is staande gehouden en aan hem is uitgelegd dat hij niet linksaf mocht slaan maar rechtdoor moest rijden (verplichte rijrichting volgen). Aan de gewijzigde feitcode ligt geen ander feitencomplex ten grondslag. De feitcode zal daarom worden gewijzigd.
De kantonrechter zal het beroep gegrond verklaren en de feitcode en het boetebedrag wijzigen.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie;
‒ wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat de feitcode wordt gewijzigd in R576 met als omschrijving: “als bestuurder in strijd met bord D4 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven” en wijzigt de sanctie in € 110,-;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 50,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2024.
De griffier Zevenhuijzen is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: