Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-09-25
ECLI:NL:RBZWB:2024:9608
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
4,092 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 10884916 CV EXPL 24-243
Vonnis van 25 september 2024
in de zaak van
AUTOSCHADE STEKETEE B.V.,
te Yerseke,
eisende partij,
hierna te noemen: Steketee,
gemachtigde: AGIN Timmermans,
tegen
[gedaagde] ,
handelend onder de naam [bedrijf],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde voorheen mr. J.C.W.L. Grootjans.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 april 2024 met alle daarin genoemde stukken;
- de aanvullende stukken a tot en met d van Steketee;
- de mondelinge behandeling van 23 augustus 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
[gedaagde] is niet ter zitting verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft de vader van [gedaagde] telefonisch meegedeeld dat zijn zoon wegens ziekte niet op de zitting kon verschijnen. Het bijwonen van de zitting via Teams zou ook niet mogelijk zijn. Aan hem is doorgegeven dat indien gewenst er voor aanvang van de zitting een schriftelijk onderbouwd verzoek tot aanhouding kon worden ingediend door zijn zoon. Een dergelijk verzoek is niet ontvangen. [gedaagde] heeft na aanvang van de zitting per e-mail nog laten weten dat hij vanwege ziekte niet aanwezig was.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Steketee exploiteert een schadeherstelbedrijf.
2.2.
[gedaagde] heeft Steketee opdracht gegeven om werkzaamheden aan zijn bedrijfswagen uit te voeren.
2.3.
Steketee heeft na de werkzaamheden drie facturen aan [gedaagde] gestuurd:
- [factuurnummer 1] van 25-04-2023 € 70,89
omschrijving: boete CJIB
- [factuurnummer 2] van 31-05-2023 € 2.700,39
omschrijving: btw over het totale
(verzekerde) schadebedrag
- [factuurnummer 3] van 31-05-2023 € 5.730,56
omschrijving: ombouwpakket voorkop,
set sidebars en diamond grille (aankoop en
werkzaamheden)
Totaal € 8.501,84
2.4.
Na het uitbrengen van de dagvaarding heeft [gedaagde] de facturen met nummers [factuurnummer 1] van € 70,89 en [factuurnummer 2] van € 2.700,39 op 29 januari 2024 betaald. De factuur met [factuurnummer 3] van € 5.730,56 (incl. btw) is onbetaald gebleven.
Geschil
3.1.
Steketee vordert na vermindering van eis - samengevat -, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om [gedaagde] te veroordelen om aan Steketee te betalen een bedrag van € 6.530,65, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 8.501,84 vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen tot 29 januari 2024 en over een bedrag van € 5.730,56 vanaf 29 januari 2024 tot de dag der algehele voldoening en [gedaagde] ook te veroordelen in de kosten van het geding.
3.2.
Steketee legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] zijn betalingsverplichting uit de tussen partijen gesloten overeenkomst niet is nagekomen.
3.3.
[gedaagde] voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Ter zitting heeft Steketee haar vordering toegelicht. Steketee stelt dat zij met [gedaagde] is overeengekomen dat zij de schade aan de achterzijde van de bedrijfswagen zou herstellen voor € 750,00 exclusief btw. Verder hebben partijen de afspraak gemaakt dat Steketee gelijk met het herstel van de bedrijfswagen aan de voorzijde, de voorkant van de bedrijfswagen zou ombouwen. De kosten van dit ombouwpakket ‘voorkop’ inclusief het monteren van de onderdelen bedroeg € 3.000,00 exclusief btw. Daarnaast wilde [gedaagde] ook sidebars en een diamond grille op zijn bedrijfswagen. Partijen zijn hiervoor bedragen van € 396,00 exclusief btw (sidebars) en € 590,00 exclusief btw (diamond grille) overeengekomen. Steketee betwist dat er kosten voor een - niet geleverde - achterbumper in rekening zijn gebracht bij [gedaagde] . Steketee stelt dat een achterbumper geen onderdeel uitmaakt van het ombouwpakket ‘voorkop’. Doordat [gedaagde] niet ter zitting is verschenen, heeft hij zichzelf de mogelijkheid ontnomen de nadere toelichting van Steketee op haar vordering te betwisten. Dit betekent dat deze toelichting als onweersproken vast komt te staan nu de kantonrechter geen reden heeft te twijfelen aan de juistheid daarvan. Het beroep dat [gedaagde] heeft gedaan op opschorting slaagt niet en de gevorderde hoofdsom van € 5.730,56 (inclusief btw) is toewijsbaar.
4.2.
De door Steketee gevorderde wettelijke handelsrente is toewijsbaar over een bedrag van € 8.501,84 vanaf de verzuimdata van de verschillende facturen tot 29 januari 2024. Vanaf 29 januari 2024 is de wettelijke handelsrente toewijsbaar over een bedrag van
€ 5.730,56. Het staat vast dat het om twee handelspartijen gaat en dat niet tijdig is betaald.
4.3.
Steketee vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Omdat [gedaagde] niet is aan te merken als consument, is artikel 6:96 lid 6 BW niet van toepassing. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten van € 800,09 komt overeen met het in het besluit genoemde tarief en is toewijsbaar.
4.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Steketee worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
110,55
- griffierecht
€
524,00
- salaris gemachtigde
€
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.447,55
Dictum
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Steketee te betalen een bedrag van € 6.530,65, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 8.501,84 vanaf de respectievelijke vervaldata van de onderliggende facturen tot 29 januari 2024 en over een bedrag van € 5.730,56 vanaf 29 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.447,55, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2024.
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 10884916 CV EXPL 24-243
Vonnis van 25 september 2024
in de zaak van
AUTOSCHADE STEKETEE B.V.,
te Yerseke,
eisende partij,
hierna te noemen: Steketee,
gemachtigde: AGIN Timmermans,
tegen
[gedaagde] ,
handelend onder de naam [bedrijf],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde voorheen mr. J.C.W.L. Grootjans.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 april 2024 met alle daarin genoemde stukken;
- de aanvullende stukken a tot en met d van Steketee;
- de mondelinge behandeling van 23 augustus 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
[gedaagde] is niet ter zitting verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft de vader van [gedaagde] telefonisch meegedeeld dat zijn zoon wegens ziekte niet op de zitting kon verschijnen. Het bijwonen van de zitting via Teams zou ook niet mogelijk zijn. Aan hem is doorgegeven dat indien gewenst er voor aanvang van de zitting een schriftelijk onderbouwd verzoek tot aanhouding kon worden ingediend door zijn zoon. Een dergelijk verzoek is niet ontvangen. [gedaagde] heeft na aanvang van de zitting per e-mail nog laten weten dat hij vanwege ziekte niet aanwezig was.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Steketee exploiteert een schadeherstelbedrijf.
2.2.
[gedaagde] heeft Steketee opdracht gegeven om werkzaamheden aan zijn bedrijfswagen uit te voeren.
2.3.
Steketee heeft na de werkzaamheden drie facturen aan [gedaagde] gestuurd:
- [factuurnummer 1] van 25-04-2023 € 70,89
omschrijving: boete CJIB
- [factuurnummer 2] van 31-05-2023 € 2.700,39
omschrijving: btw over het totale
(verzekerde) schadebedrag
- [factuurnummer 3] van 31-05-2023 € 5.730,56
omschrijving: ombouwpakket voorkop,
set sidebars en diamond grille (aankoop en
werkzaamheden)
Totaal € 8.501,84
2.4.
Na het uitbrengen van de dagvaarding heeft [gedaagde] de facturen met nummers [factuurnummer 1] van € 70,89 en [factuurnummer 2] van € 2.700,39 op 29 januari 2024 betaald. De factuur met [factuurnummer 3] van € 5.730,56 (incl. btw) is onbetaald gebleven.
Geschil
3.1.
Steketee vordert na vermindering van eis - samengevat -, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om [gedaagde] te veroordelen om aan Steketee te betalen een bedrag van € 6.530,65, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 8.501,84 vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen tot 29 januari 2024 en over een bedrag van € 5.730,56 vanaf 29 januari 2024 tot de dag der algehele voldoening en [gedaagde] ook te veroordelen in de kosten van het geding.
3.2.
Steketee legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] zijn betalingsverplichting uit de tussen partijen gesloten overeenkomst niet is nagekomen.
3.3.
[gedaagde] voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Ter zitting heeft Steketee haar vordering toegelicht. Steketee stelt dat zij met [gedaagde] is overeengekomen dat zij de schade aan de achterzijde van de bedrijfswagen zou herstellen voor € 750,00 exclusief btw. Verder hebben partijen de afspraak gemaakt dat Steketee gelijk met het herstel van de bedrijfswagen aan de voorzijde, de voorkant van de bedrijfswagen zou ombouwen. De kosten van dit ombouwpakket ‘voorkop’ inclusief het monteren van de onderdelen bedroeg € 3.000,00 exclusief btw. Daarnaast wilde [gedaagde] ook sidebars en een diamond grille op zijn bedrijfswagen. Partijen zijn hiervoor bedragen van € 396,00 exclusief btw (sidebars) en € 590,00 exclusief btw (diamond grille) overeengekomen. Steketee betwist dat er kosten voor een - niet geleverde - achterbumper in rekening zijn gebracht bij [gedaagde] . Steketee stelt dat een achterbumper geen onderdeel uitmaakt van het ombouwpakket ‘voorkop’. Doordat [gedaagde] niet ter zitting is verschenen, heeft hij zichzelf de mogelijkheid ontnomen de nadere toelichting van Steketee op haar vordering te betwisten. Dit betekent dat deze toelichting als onweersproken vast komt te staan nu de kantonrechter geen reden heeft te twijfelen aan de juistheid daarvan. Het beroep dat [gedaagde] heeft gedaan op opschorting slaagt niet en de gevorderde hoofdsom van € 5.730,56 (inclusief btw) is toewijsbaar.
4.2.
De door Steketee gevorderde wettelijke handelsrente is toewijsbaar over een bedrag van € 8.501,84 vanaf de verzuimdata van de verschillende facturen tot 29 januari 2024. Vanaf 29 januari 2024 is de wettelijke handelsrente toewijsbaar over een bedrag van
€ 5.730,56. Het staat vast dat het om twee handelspartijen gaat en dat niet tijdig is betaald.
4.3.
Steketee vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Omdat [gedaagde] niet is aan te merken als consument, is artikel 6:96 lid 6 BW niet van toepassing. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten van € 800,09 komt overeen met het in het besluit genoemde tarief en is toewijsbaar.
4.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Steketee worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
110,55
- griffierecht
€
524,00
- salaris gemachtigde
€
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.447,55
Dictum
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Steketee te betalen een bedrag van € 6.530,65, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 8.501,84 vanaf de respectievelijke vervaldata van de onderliggende facturen tot 29 januari 2024 en over een bedrag van € 5.730,56 vanaf 29 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.447,55, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2024.