Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-23
ECLI:NL:RBZWB:2024:9604
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,796 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11064321 CV EXPL 24-1355
Vonnis van 23 oktober 2024
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
ALEKTUM CAPITAL II AG,
te Zug (Zwitserland),
eisende partij,
hierna te noemen: Alektum,
gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats 1] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 april 2024 met producties; - het schriftelijk antwoord met producties; - de conclusie van repliek; - de schriftelijke toelichting met een productie; - de akte uitlaten producties van Alektum.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Op naam van [gedaagde] (hierna te noemen: de koper) is op of omstreeks
31 augustus 2020 via de webshop van Wish een bestelling geplaatst voor € 19,43. Daarbij is ervoor gekozen om achteraf te betalen via Klarna.
2.2.
Klarna heeft in dat verband aan de koper een orderbevestiging - voorzien van een factuur - naar het e-mailadres ([e-mailadres]) gestuurd dat de koper bij de bestelling heeft ingevuld. De factuur had uiterlijk op 3 november 2020 betaald moeten worden.
2.3.
Alektum is middels overdracht (cessie) eigenaar geworden van deze vordering.
2.4.
Op 21 oktober 2021 heeft Alektum een aanmaning verstuurd naar:
[gedaagde]
[adres]
[plaats 2]
In deze brief wordt verzocht om binnen veertien dagen na ontvangst ervan een bedrag van
€ 19,43 te betalen, te vermeerderen met € 40,00 aan incassokosten en rente indien de koper niet (tijdig) betaald. De vordering is onbetaald gebleven.
Geschil
3.1.
Alektum vordert - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad om [gedaagde] te veroordelen om aan Alektum te betalen een bedrag van € 61,57 (dit bedrag bestaat uit de hoofdsom van € 19,43, de incassokosten van € 40,00 en de rente berekend tot 9 april 2024 van € 2,14), te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 19,43 vanaf 9 april 2024 tot de algehele voldoening, en vermeerderd met de kosten van deze procedure.
3.2.
[gedaagde] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
Omdat Alektum is gevestigd in Zwitserland en [gedaagde] in Nederland woont, heeft deze zaak een internationaal karakter. Dit houdt in dat de kantonrechter ambtshalve de vraag moet beantwoorden of de Nederlandse rechter bevoegd is om deze zaak te behandelen. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. Nederland en Zwitserland zijn beide partij bij het EVEX II-Verdrag. Omdat [gedaagde] in Nederland woont, is op grond van artikel 16 lid 2 van het EVEX II-Verdrag de Nederlandse rechter bevoegd om van deze zaak kennis te nemen.
4.2.
Uit artikel 14 lid 2 van de in deze zaak toepasselijke Rome I-Verordening volgt dat de betrekking tussen Alektum en [gedaagde] wordt beheerst door het recht dat op de overgedragen vordering van toepassing is. Gelet op artikel 6 lid 1 van de
Rome I-Verordening is dat het Nederlandse recht.
de inhoudelijke beoordeling
4.3.
[gedaagde] betwist dat zij de koopovereenkomst waarop Alektum haar vordering baseert, heeft gesloten. Zij heeft niets bij Wish besteld en dus ook niets ontvangen. Alektum moet dan concreet onderbouwen en eventueel bewijzen dat er tussen Wish en [gedaagde] een koopovereenkomst tot stand is gekomen. Als zij daarin slaagt, moet zij vervolgens bewijzen dat [gedaagde] de bestelling heeft ontvangen. Artikel 7:26 lid 2 BW bepaalt namelijk dat de koopsom betaald moet worden ten tijde van de aflevering.
4.4.
Op grond van artikel 150 Rv rust op Alektum de bewijslast van haar stelling dat de levering van de bestelde producten heeft plaatsgevonden. Gezien de gemotiveerde betwisting daarvan door [gedaagde] , ligt het op de weg van Alektum om haar stelling nader te onderbouwen.
4.5.
Bij repliek voert Alektum aan dat de adresgegevens die zijn ingevuld bij het plaatsen van de bestelling overeenkomen met het adres waarop [gedaagde] op dat moment woonachtig was. De bestelling is destijds ook op dat adres afgeleverd. Alektum stelt dat het voor haar niet meer mogelijk is om de levering van de bestelling aan te tonen, omdat zij door het tijdsverloop niet meer een verzendbewijs kan overleggen.
4.6.
De kantonrechter is van oordeel dat Alektum (althans Wish) hiermee niet heeft aangetoond dat de bestelling bij [gedaagde] is afgeleverd. [gedaagde] heeft immers geen handtekening gezet voor het in ontvangst nemen van het pakketje en een ander bewijs van inontvangstneming door [gedaagde] ontbreekt. Het feit dat door het tijdsverloop een bewijsprobleem voor Alektum zou zijn ontstaan, moet voor rekening en risico van Alektum blijven. Uit niets blijkt dat het tijdsverloop aan [gedaagde] te wijten is. Hieruit volgt dat niet kan worden vastgesteld dat [gedaagde] de bestelling, als zij die al gedaan heeft, heeft ontvangen. [gedaagde] hoeft daarom niet voor deze bestelling te betalen. De vordering van Alektum zal worden afgewezen.
ambtshalve toetsing
4.7.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar (Wish) en een consument ( [gedaagde] ). In die gevallen moet normaal gesproken ambtshalve worden getoetst of de handelaar zijn wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen is nagekomen. Bovendien moet worden nagegaan of sprake is van een kredietovereenkomst tussen Klarna en [gedaagde] en zo ja, of deze aan de wettelijke vereisten voldoet. Omdat hiervoor al is overwogen dat niet vast is komen te staan dat [gedaagde] de koopovereenkomst heeft gesloten, wordt aan deze toetsing niet toegekomen.
proceskosten
4.8.
Alektum is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden vastgesteld op nihil.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
wijst de vordering van Alektum af;
5.2.
veroordeelt Alektum in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op
23 oktober 2024.