Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-13
ECLI:NL:RBZWB:2024:9544
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,325 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11102811 \ MB VERZ 24-385
CJIB-nummer : 2062 5422 5748 9117
uitspraakdatum : 13 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl een band beschadigd of versleten is op de Axelstraat te Terneuzen op 27 april 2023 om 17:45 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat zijn auto in december een grote beurt heeft gehad en is in januari goedgekeurd. In april was de rechtervoorband versleten. Op het moment dat de verbalisant de gedraging constateerde had betrokkene al een afspraak bij de automonteur voor nieuwe banden en het laten uitlijnen ervan. Ten tijde van de gedraging was betrokkene onderweg naar het ziekenhuis om de dialyseren aangezien hij een nierpatiënt is.
De zittingsvertegenwoordiger heeft voorgesteld het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren in die zin dat de feitcode moet worden gewijzigd in feitcode N270R met als omschrijving: “Als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl een band niet voldoet aan de eisen ten aanzien van de profilering”. De feitcode die verbalisant heeft opgelegd is enkel van toepassing indien er uitstulpingen van de band zichtbaar zijn, maar uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat het profiel van de band afgesleten was.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de band van betrokkene versleten was. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Er is dus terecht een boete opgelegd.
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor feitcode N270I met als omschrijving “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl een band beschadigd of versleten”. Uit het dossier en de stellingen van betrokkene is gebleken dat deze feitcode niet juist is. De verbalisant had feitcode N270R moeten gebruiken met als omschrijving “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl een band niet voldoet aan de eisen ten aanzien van de profilering”. Bij die feitcode hoort hetzelfde boetebedrag.
Naar het oordeel van de kantonrechter wordt betrokkene door deze wijziging van de feitcode niet in zijn belangen geschaad. Voor betrokkene was voldoende duidelijk waar de boete betrekking op had. Aan de gewijzigde feitcode ligt geen ander feitencomplex ten grondslag. De feitcode zal daarom worden gewijzigd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
De kantonrechter zal het beroep, gelet op de wijzing van de feitcode, gegrond verklaren.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie;
verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en wijzigt die beschikking in die zin dat de feitcode wordt gewijzigd in N270R met als omschrijving: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl een band niet voldoet aan de eisen ten aanzien van de profilering”.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.