Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-11-14
ECLI:NL:RBZWB:2024:9176
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,430 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 10973005 \ MB VERZ 24-171
CJIB-nummer : 6062 5422 5686 2299
uitspraakdatum : 14 november 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 november 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen, maar namens gemachtigde was mevrouw [naam] aanwezig. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig op de Van Dishoeckstraat te Vlissingen op 27 maart 2023 om 11:23 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat betrokkene zich niet met de beslissing kan verenigen. Betrokkene is geen bord E9 gepasseerd en gemachtigde stelt dat het op de weg van de officier van justitie ligt om informatie te verstrekken waaruit blijkt dat vlak vóór en vlak na de vermeende pleegdatum de bebording in orde was. Betrokkene reed vanaf de President Rooseveltlaan via de Beatrixlaan, de Boterbloemlaan en de Ribesstraat de Van Dishoeckstraat in.
Voorts stelt gemachtigde dat de hoorplicht is geschonden aangezien betrokkene zonder hulp van een professioneel gemachtigde beroep heeft ingesteld bij de officier van justitie en verzoekt om proceskostenvergoeding op rekening van gemachtigde.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene geeft aan via de Ribbenstraat de Van Dishoeckstraat in te zijn gereden. Hierdoor heeft betrokkene de kruising overgestoken. Op de betreffende kruising staat een verkeersbord waaruit blijkt dat betrokkene een vergunninghouderzone in rijdt. De zittingsvertegenwoordiger heeft foto’s van het bedoelde kruispunt meegenomen en heeft deze ter zitting overhandigd. Uit de foto’s blijkt dat betrokkene via het kruispunt dat verkeersbord is gepasseerd. De zittingsvertegenwoordiger stelt dat er geen sprake is van schending van de hoorplicht. Sinds 22 december 2022 blijk uit de inleidende boetebeschikking voldoende wat het recht om te worden gehoord inhoudt en betrokkene heeft hier gebruik van kunnen maken. Betrokkene heeft hier echter niet om verzocht.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Het betreffende bord waaruit blijkt dat betrokkene een vergunninghouderzone is ingereden, staat op het kruispunt waar betrokkene voorbij is gereden. Betrokkene had geen vergunning en heeft ook niet gesteld een vergunning te hebben. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat gemachtigde heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. De gemachtigde stelt dat sprake is van schending van de hoorplicht in de fase van het beroep bij de officier van justitie, waar betrokkene zelf beroep had ingesteld. In de inleidende boetebeschikking is sinds 22 december 2022 onder het kopje “Niet eens met de boete?” onder andere vermeld “Wilt u in een gesprek uitleggen waarom u het niet eens bent met de boete? Geef dan ook uiterlijk [datum] aan dat u gehoord wilt worden.” Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt hieruit voldoende duidelijk wat het recht om te worden gehoord inhoudt en dat betrokkene hiervan gebruik heeft kunnen maken. Van schending van de hoorplicht is daarom geen sprake (zie ook ECLI:NL:GHARL:2024:4649).
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.B. Scheltema Beduin, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.