Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-16
ECLI:NL:RBZWB:2024:9128
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,264 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10942873 \ MB VERZ 24-183
CJIB-nummer : 6062 5422 5266 4535
uitspraakdatum : 16 oktober 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 oktober 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen, maar gemachtigde is wel ter zitting verschenen. Namens gemachtigde was mr.J. Piet aanwezig. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 10 kilometer per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1) op de Bovensteweg te Oosterhout op 21 september 2022 om 13:13 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat het onduidelijk is waarom er ten tijde van de constatering geen reële mogelijkheid was voor de verbalisant om over te gaan tot staandehouding. Uit het zaakoverzicht volgt dat de verbalisant enkel heeft afgezien van staandehouding vanwege ‘vaststelling middels mobiele radar’. Gemachtigde stelt dat die verklaring onvoldoende is en verwijst hiervoor naar een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Voorts verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding, te betalen op de rekening van de gemachtigde.
Ter zitting heeft gemachtigde de eerder genoemde standpunten herhaald en benoemd dat een nader aanvullend proces-verbaal ontbreekt. Het verzoek om een proceskostenvergoeding te betalen op de rekening van de gemachtigde is ingetrokken.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en stelt dat zij bekend is met de uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden. Het is dan ook onvoldoende dat de verbalisant in het zaakoverzicht enkel verklaart dat hij heeft afgezien van staandehouding vanwege ‘vaststelling middels mobiele radar’ De zittingsvertegenwoordiger heeft geprobeerd om een aanvullend proces-verbaal op te vragen, maar de verbalisant is niet meer in dienst.
Overwegingen
Inhoudelijk
Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
Volgens het zaakoverzicht heeft de verbalisant afgezien van staandehouding omdat de gedraging is vastgesteld middels een mobiele radar. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit zonder nadere toelichting geen gegronde reden om van staandehouding af te zien. De boete is dan ook ten onrechte opgelegd aan de kentekenhouder. Het beroep is dus gegrond.
De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskostenvergoeding
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 624,- = € 312,00
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 875,- = € 437,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 875,- = € 437,50
totaal € 1.187,00
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 84,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1187,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: