Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-16
ECLI:NL:RBZWB:2024:9127
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,051 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11237560 \ MB VERZ 24-1013
CJIB-nummer : 5062 5422 5584 2312
uitspraakdatum : 16 oktober 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 oktober 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Visserstraat ([huisnummer]) te Breda op 3 februari 2023 om 12:08 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat er op het verkeersplein Waterstraat destijds allerlei werkzaamheden waren en dat hij hierdoor de Nieuwstraat in moest rijden. Bij de event-ingang van Hotel Nassau heeft betrokkene grote en zware (niet te tillen) verlichte letters afgeleverd. Terugrijden was niet mogelijk vanwege andere afsluitingen en in verband met eenrichtingsverkeer. Hierdoor was betrokkene genoodzaakt stapvoets de Vissersstraat in te rijden. Betrokkene is ter plaatse niet bekend, vandaar dat hij op navigatie heeft gereden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat het belangrijk is om op de bebording te blijven letten. Bij deze geslotenverklaring is de bebording duidelijk aanwezig en betrokkene had hiernaar moeten handelen. Betrokkene heeft ook niet onderbouwd dat er ten tijde van de gedraging sprake was van wegwerkzaamheden.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen andere route had kunnen volgen zonder in strijd te handelen met de geslotenverklaring. Als sprake is van wegwerkzaamheden wordt doorgaans goed aangegeven wat de alternatieve route is. Betrokkene had niet uit mogen gaan van zijn navigatie, maar had goed op de bebording moeten letten.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.