Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-24
ECLI:NL:RBZWB:2024:9095
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
1,679 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11395538 \ VV EXPL 24-99
Vonnis in kort geding van 24 december 2024
in de zaak van
[verhuurder] B.V.,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [verhuurder] ,
gemachtigde: mr. A.G.M.A. van der Pluijm-Joosen,
tegen
[huurder]
,
wonende op een geheim adres,
feitelijk verblijvende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de mondelinge behandeling van 17 december 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de verstekverlening tegen de niet verschenen gedaagde.
Geschil
2.1.
[verhuurder] vordert bij wege van voorlopige voorziening, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden samengevat -:
primair:
voor recht te verklaren dat de huurovereenkomst tussen partijen op 18 oktober 2024 rechtsgeldig door [verhuurder] is beëindigd;
ontruiming van het gehuurde aan [adres] binnen 48 uur na betekening van het vonnis;
[huurder] te veroordelen tot betaling van een bedrag aan achterstallige huur van € 4.015,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2024, alsmede tot betaling van een schade-/gebruiksvergoeding vanaf 18 oktober 2024 van € 115,00 per dag of gedeelte daarvan dat [huurder] in gebreke blijft de woning te ontruimen;
subsidiair:
ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde;
[huurder] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 7.465,00, vermeerderd met rente, alsmede tot betaling van de huur van € 115,00 per dag dat [huurder] tot aan de datum van ontbinding van de huurovereenkomst;
[huurder] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 115,00 per dag als schade-/gebruiksvergoeding tot de datum van ontruiming van het gehuurde;
met veroordeling van [huurder] in de proceskosten.
2.2.
[verhuurder] legt aan de vordering ten grondslag dat [huurder] een betalingsachterstand heeft en daarnaast veroorzaakt zij overlast aan andere huurders.
Beoordeling
3.1.
[huurder] is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.
3.2.
De vordering heeft een spoedeisend karakter, zodat [verhuurder] ontvankelijk is in haar vordering. Nu [huurder] geen verweer heeft gevoerd tegen hetgeen [verhuurder] in de dagvaarding heeft aangevoerd en gelet ook op de inhoud van de bij de dagvaarding overgelegde producties en het verhandelde ter zitting, komt de vordering de kantonrechter voorshands niet onrechtmatig of ongegrond voor. De primaire vordering zal dan ook worden toegewezen, met dien verstande dat de kantonrechter de gevorderde verklaring voor recht (primaire vordering onder a.) zal afwijzen, omdat de kantonrechter een dergelijke verklaring niet in een kortgedingprocedure kan geven. Aan de beoordeling van de subsidiaire vordering wordt niet toegekomen.
3.3.
[huurder] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verhuurder] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
112,99
- griffierecht
€
130,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
920,99
Dictum
De kantonrechter
4.1.
verleent verstek tegen [huurder] ;
4.2.
veroordeelt [huurder] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis het gehuurde aan [adres] te ontruimen en te verlaten met al wie en al wat zich daarin van de zijde van [huurder] bevindt en onder afgifte van alle sleutels aan [verhuurder] in goede staat op te leveren en ter vrije beschikking te stellen en te laten en het gehuurde na verlating en ontruiming niet wederom te betreden en/of geheel en/of gedeeltelijk in gebruik te nemen,
4.3.
veroordeelt [huurder] om te betalen aan [verhuurder] :
a. a) € 4.015,00 aan achterstallige huur, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 september 2024 tot aan de dag van algehele voldoening,
b) € 115,00 per dag of gedeelte daarvan vanaf 18 oktober 2024 tot en met de dag dat de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
4.4.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 920,99, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Boeder en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2024.