Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-11-28
ECLI:NL:RBZWB:2024:8679
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,306 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/429135 / FA RK 24-5528
Datum uitspraak: 28 november 2024
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. C.E.J.E. Kouijzer te Middelburg.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 26 november 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 november 2024. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. C.E.J.E. Kouijzer;
mevrouw [naam 1] , arts in opleiding tot psychiater, behandelaar;
[naam 2] , verpleegkundige.
2Wat vaststaat
2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [stichting]. De burgemeester van Goes heeft de crisismaatregel op 25 november 2024 genomen.
3Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken te verlenen.
4De standpunten
4.1.
Betrokkene geeft aan geen voorzetting van de crisismaatregel te willen. Verder laat zij het woord aan haar advocaat en de behandelaar.
4.2.
De behandelaar vertelt dat betrokkene een aantal dagen geleden opgenomen is. Ze is de zaterdag voor de mondelinge behandeling gestopt met eten en drinken omdat ze geen calorieën in wil nemen. Betrokkene stelt niet dood te willen, maar haar eetgestoorde gedachten zijn dusdanig dat ze toch niets wil eten en drinken. Het daarmee stoppen maakt betrokkene rustig, waardoor ze zich kan concentreren. In het verleden is er ook een crisismaatregel geweest, wat op termijn heeft geleid tot een behandeling op vrijwillige basis. Sinds het ontslag van betrokkene in september werd echter geconstateerd dat het steeds slechter ging met haar. Dat heeft geleid tot het acute staken van eten en drinken sinds afgelopen zaterdag. De gedachten van betrokkene zijn van dusdanig niveau dat zij deze niet zelfstandig om kan keren. Dit heeft ze zelf ook aangegeven. Een voortzetting van de crisismaatregel is noodzakelijk om betrokkene in opname te houden om haar sondevoeding te kunnen blijven geven en haar te monitoren. Op het moment eet en drinkt betrokkene namelijk nog steeds niet. Ten aanzien van de verzochte vormen van verplichte zorg geeft de behandelaar aan dat een aantal modaliteiten niet noodzakelijk zijn en dat ook niet voorzienbaar is dat deze in de toekomst noodzakelijk gaan zijn. Wel noodzakelijk zijn volgens de behandelaar het toedienen van vocht en voeding, verrichten van medische controles en andere handelingen en therapeutische maatregelen, beperken van de bewegingsvrijheid en opname. De afdeling waar betrokkene verblijft is weliswaar een open afdeling, maar betrokkene moet toestemming hebben om naar buiten te gaan. Zonder die toestemming wordt ze terug naar binnen geleid als ze naar buiten gaat. Daarom wordt het beperken van de bewegingsvrijheid als noodzakelijk geacht. Het is op dit moment nog te vroeg voor betrokkene om naar huis te gaan. Er wordt dagelijks geëvalueerd om te beoordelen wanneer dit wel kan.
4.3.
De advocaat van betrokkene bepleit primair afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil het liefst naar huis en heeft eerder ook aangegeven dat ze niet weet of ze langer opgenomen wil blijven. Aan een vorige opname heeft betrokkene echter veel gehad en daar is ze sterker uitgekomen. Kijkend naar het wettelijk kader lijkt er wel sprake van een stoornis die onmiddellijk dreigend ernstig nadeel veroorzaakt en betrokkene is niet bereid behandeling in het vrijwillig kader te ondergaan. Subsidiair bepleit de advocaat bij toewijzing dat slechts de vormen van verplichte zorg worden toegewezen waarvan de behandelaar zegt dat deze noodzakelijk zijn. De advocaat gaat er daarbij van uit dat deze enkel ingezet zullen worden op het moment dat het niet anders kan.
Beoordeling
5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar.
5.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondeling behandeling blijkt dat betrokkene op 23 november jl. is gestopt met eten en drinken. Zij is hierdoor uitgedroogd en heeft waarschijnlijk elektrolytstoornissen. Daarnaast heeft betrokkene nog steeds een persisterende wens tot niet eten en drinken.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. Bij betrokkene uit zich dit in het acuut staken van eten en drinken bij de eetstoornis anorexia nervosa, gecombineerd met autisme en PTSS.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Betrokkene heeft nog steeds de wens om niet te eten en drinken. Wanneer er geen voortzetting van de crisismaatregel komt zou betrokkene direct stoppen met eten en drinken waardoor het dreigend ernstig nadeel zich zal voordoen.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
Andere dan de hiervoor genoemde en door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, aangezien deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
5.8.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Zij geeft aan naar huis te willen en heeft nog steeds de wens om niet te eten of drinken.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.10.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Dictum
De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen zoals genoemd in paragraaf 5.6 kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 december 2024;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2024 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van mr. Brok, griffier en op schrift gesteld op 17 december 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.