Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-16
ECLI:NL:RBZWB:2024:8665
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,463 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/428569 / FA RK 24-5230
Datum uitspraak: 14 november 2024
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. S. Köller te Wijk bij Duurstede.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 november 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 november 2024. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. S. Köller;
mevrouw [naam 1], psychiater, behandelaar;
de heer [naam 2], begeleider.
2Wat vaststaat
2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in Stichting Emergis. De burgemeester van Goes heeft de crisismaatregel op 11 november 2024 genomen.
3Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken te verlenen.
4De standpunten
4.1.
Betrokkene geeft aan dat het nu beter met hem gaat dan toen hij op de afdeling aankwam. Hij vind het positief dat hij opgenomen is en wil in overleg nog wel even blijven. Betrokkene stelt nog maar net zijn depot te hebben gehad waardoor het nog even duurt voordat de medicatie op het juiste niveau zit. Hij heeft een poging gedaan om te leven zonder de medicatie, vanwege de negatieve effecten die het had, maar kwam later tot de conclusie dat medicatie wel een goed idee is. Betrokkene geeft aan zelf ook last te hebben van zijn eigen geschreeuw. Hij ziet ook in dat als hij negativiteit uitstraalt, hij dat dan ook terugkrijgt van de mensen om hem heen. Een voortzetting van de crisismaatregel ziet betrokkene als een stok achter de deur, maar de voorkeur gaat uit naar behandeling in het vrijwillig kader. Hij is tot inzicht gekomen dat hij thuis wil zijn voor zijn konijn en zijn eigen rust. Betrokkene ziet in dat hij nu nog niet naar huis kan, maar stelt dat dat met meer rust en stabiliteit wel mogelijk is. Hij spreekt wel zijn hoop uit om deze maand nog naar de thuiswedstrijden van Feyenoord te kunnen.
4.2.
De advocaat van betrokkene geeft aan dat een voorzetting van de crisismaatregel niet bedoeld is voor een stok achter de deur en slechts ingezet dient te worden bij onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Volgens de advocaat is de situatie nu dusdanig rustig door medicatie en zelfinzicht van betrokkene, dat er geen sprake meer is van deze acute dreiging. Daarom bepleit de advocaat primair afwijzing van het verzoek. Subsidiair bepleit de advocaat afwijzing omdat niet wordt voldaan aan het wettelijke verzetsvereiste. Betrokkene geeft aan vrijwillig op de afdeling te willen blijven en deze mogelijkheid moet hem dan ook gegeven worden. De zorgmachtigingen in het verleden hadden veelal een voorwaardelijk karakter en ook toen is het een lange tijd goed gegaan. Ook in de periode zonder zorgmachtiging is gebleken dat met betrokkene goed overleg mogelijk is.
4.3.
De behandelaar van betrokkene geeft aan dat betrokkene manisch psychotisch is. Hij heeft medicatie maar het beeld is wisselend. Het beeld tijdens de mondelinge behandeling is ook slechts een momentopname. Tijdens de opname was er nog sprake van verbale agressie en er is een insluiting noodzakelijk geweest de afgelopen 72 uur. Als betrokkene nu zonder verplichte zorg komt te staan is de kans op recidive erg groot. De vrijwilligheid van betrokkene is niet bestendig genoeg. Er is eerder geprobeerd om betrokkene na een crisismaatregel op vrijwillige basis te behandelen, maar toen is hij weggegaan en niet meer teruggekomen. Doordat hij destijds niet goed ingesteld is kunnen worden op medicatie heeft dat geleid tot de huidige crisismaatregel. Het vluchtgevaar wordt door de behandelaar als dusdanig ingeschat dat ze het risico niet durfde te nemen om de mondelinge behandeling plaats te laten vinden in de zittingszaal van Emergis.
4.4.
De begeleider van betrokkene voegt toe dat betrokkene op het moment rustig is en luistert in gesprek, maar dat het verleden leert dat dit niet zonder medicatie verbetert. Daarnaast geeft de begeleider aan dat het insluiten van betrokkene nodig is geweest voor de omgeving en niet enkel voor een goede nachtrust voor betrokkene.
Beoordeling
5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
Betrokkene is weken uit beeld geweest bij het FACT-team en de behandelaren geven aan dat er al langere tijd een zorgelijke situatie bestaat. In de thuissituatie valt betrokkene mensen lastig op straat en zorgt hij voor overlast. Betrokkene schreeuwt ook op straat en heeft winkelpersoneel en mensen op straat bedreigd. Meldingen van die soort zijn de laatste tijd vaker binnengekomen. Door dat gedrag heeft betrokkene recentelijk zijn neus gebroken. Daarnaast is betrokkene erg prikkelbaar, verheft hij meermaals zijn stem en roept meermaals niet te onderbroken willen worden. Betrokkene heeft een gedesoriënteerde en verhoogd associatieve vorm van denken in inhoudelijk zijn er grootheidswanen aanwezig.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Bij betrokkene is er sprake van manisch psychotische ontregeling in het kader van een schizo-affectieve stoornis.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Uit eerdere behandelingen van betrokkene blijkt dat de vrijwilligheid van betrokkene ten aanzien van zijn behandeling onvoldoende bestendig is. Daarnaast gaat betrokkene in onderhandeling over de opname en de medicatie. De interventies die betrokkene zelf voorstelt kunnen de veiligheid niet borgen.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Dictum
De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen zoals genoemd in paragraaf 5.6 kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 december 2024;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2024 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van mr. Brok, griffier en op schrift gesteld op 20 november 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.