Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-31
ECLI:NL:RBZWB:2024:8653
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
892 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/428081 / FA RK 24-4994
Datum uitspraak: 31 oktober 2024
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. M.A. Breewel-Witteveen te Goes.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 oktober 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2024. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. M.A.J. Timmermans-Roelands, waarnemend voor mr. M.A. Breewel-Witteveen;
mevrouw [naam 1], klinisch geriater;
mevrouw [naam 2], physisian assistent;
mevrouw [naam 3], verpleegkundige.
2Het verzoek
2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank voor betrokkene een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling te verlenen.
Beoordeling
3.1.
Op 28 oktober 2023 heeft het CIZ een verzoek ingediend tot het verlenen van een rechterlijke machtiging (zaaknummer C/02/428082 / FA RK 24/4995)
3.2.
Op 31 oktober 2024 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant de verzoeken tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling en het verlenen van een rechterlijke machtiging gelijktijdig behandeld.
De rechtbank heeft conform bestendig gebruik de meest verstrekkende maatregel, de rechterlijke machtiging, beoordeeld. Om die reden is er geen belang meer bij een beoordeling van het verzoek tot voorzetting van de inbewaringstelling. De rechtbank zal het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling dan ook afwijzen en een (aparte) beslissing nemen op het verzoek tot het verlenen van een rechterlijke machtiging.
Dictum
De rechtbank:
4.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2024 door mr. Smits, rechter, in aanwezigheid van mr. Brok, griffier en op schrift gesteld op 14 november 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.