Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-08-19
ECLI:NL:RBZWB:2024:8580
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,422 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11089576 \ MB VERZ 24-567
CJIB-nummer : 4062 5422 5800 2293
uitspraakdatum : 19 augustus 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 augustus 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: geen voortdurend zichtbaar wit/geel licht aan de voorzijde en/of zichtbaar rood licht aan de achterzijde van de fiets voeren op de Beethovenlaan te Raamdonksveer (gemeente Geertruidenberg) op 21 mei 2023 om 01:45 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt ten tijde van de gedraging een goed werkend achter- en voorlicht te hebben gehad, maar de verbalisant vond zijn voorlicht niet voldoende. Het is onduidelijk wie of wat bepaald wanneer het licht onvoldoende is. Het is dus het woord van de verbalisant tegen het woord van betrokkene. Er is volgens betrokkene geen bewijs en ook geen foto van de gedraging. Betrokkene kreeg niet eerst een waarschuwing en dat voelt onrechtvaardig
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren, omdat het beroep bij de officier van justitie niet tijdig is ingesteld en die termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar is. Er was voor een aantal zaken van deze gemachtigde onduidelijkheid over het verzenden van het administratief beroep. Gemachtigde zou in een groot aantal zaken fysieke beroepen en stukken hebben ingediend, maar hierover was bij CVOM niets bekend. Op 12 september 2023 heeft er daarom overleg plaatsgevonden met gemachtigde, waarin is toegezegd dat er in deze zaken nogmaals per DLV beroep kon worden ingesteld. Er is niet toegezegd dat termijnoverschrijdingen zouden worden gepasseerd. Voor een deel van de zaken is wel toegezegd dat er coulant zou worden omgegaan met de opgelegde verhogingen. Deze zaak staat echter niet op de lijst met zaken die zijn besproken.
De verantwoordelijkheid voor het tijdig instellen van beroep blijft liggen bij betrokkene zelf, ook wanneer deze gebruik maakt van een professioneel gemachtigde. Daarnaast is er geen duidelijkheid over de specifieke situatie en is er niet aannemelijk gemaakt dat Bonnetje of betrokkene zelf wel eerder, op tijd, beroep zou hebben ingesteld.
Overwegingen
De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voor het instellen van beroep bij de officier van justitie geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 11 juli 2023. De officier van justitie heeft het beroepschrift echter pas op 21 augustus 2023 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan hem kan worden toegerekend.
De officier van justitie heeft het beroep dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen die beslissing is dan ook ongegrond. Dit betekent dat de kantonrechter niet toekomt aan de beoordeling of de boete terecht is opgelegd.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending:
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11089576 \ MB VERZ 24-567
CJIB-nummer : 4062 5422 5800 2293
uitspraakdatum : 19 augustus 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 augustus 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: geen voortdurend zichtbaar wit/geel licht aan de voorzijde en/of zichtbaar rood licht aan de achterzijde van de fiets voeren op de Beethovenlaan te Raamdonksveer (gemeente Geertruidenberg) op 21 mei 2023 om 01:45 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt ten tijde van de gedraging een goed werkend achter- en voorlicht te hebben gehad, maar de verbalisant vond zijn voorlicht niet voldoende. Het is onduidelijk wie of wat bepaald wanneer het licht onvoldoende is. Het is dus het woord van de verbalisant tegen het woord van betrokkene. Er is volgens betrokkene geen bewijs en ook geen foto van de gedraging. Betrokkene kreeg niet eerst een waarschuwing en dat voelt onrechtvaardig
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren, omdat het beroep bij de officier van justitie niet tijdig is ingesteld en die termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar is. Er was voor een aantal zaken van deze gemachtigde onduidelijkheid over het verzenden van het administratief beroep. Gemachtigde zou in een groot aantal zaken fysieke beroepen en stukken hebben ingediend, maar hierover was bij CVOM niets bekend. Op 12 september 2023 heeft er daarom overleg plaatsgevonden met gemachtigde, waarin is toegezegd dat er in deze zaken nogmaals per DLV beroep kon worden ingesteld. Er is niet toegezegd dat termijnoverschrijdingen zouden worden gepasseerd. Voor een deel van de zaken is wel toegezegd dat er coulant zou worden omgegaan met de opgelegde verhogingen. Deze zaak staat echter niet op de lijst met zaken die zijn besproken.
De verantwoordelijkheid voor het tijdig instellen van beroep blijft liggen bij betrokkene zelf, ook wanneer deze gebruik maakt van een professioneel gemachtigde. Daarnaast is er geen duidelijkheid over de specifieke situatie en is er niet aannemelijk gemaakt dat Bonnetje of betrokkene zelf wel eerder, op tijd, beroep zou hebben ingesteld.
Overwegingen
De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voor het instellen van beroep bij de officier van justitie geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 11 juli 2023. De officier van justitie heeft het beroepschrift echter pas op 21 augustus 2023 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan hem kan worden toegerekend.
De officier van justitie heeft het beroep dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen die beslissing is dan ook ongegrond. Dit betekent dat de kantonrechter niet toekomt aan de beoordeling of de boete terecht is opgelegd.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: