Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-06
ECLI:NL:RBZWB:2024:8371
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,305 tokens
Inleiding
verkort vonnis
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer / rolnummer: C/02/428319 / KG ZA 24-537
Verkort vonnis in kort geding van 6 december 2024
in de zaak van
[de vrouw]
wonende te [woonplaats],
eiseres,
advocaat: mr. J.J. Bronsveld te Bergen op Zoom,
tegen
[de man]
zonder bekende woon- of verblijfplaats, thans feitelijk verblijvende te [plaats].
Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de brief van mr. Bronsveld d.d. 12 november 2024;
- de brief van mr. Bronsveld d.d. 29 november 2024;
- de brief van mr. Bronsveld d.d. 3 december 2024;
- de mondelinge behandeling op 4 december 2024.
1.2
De voorzieningenrechter heeft de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld, omdat het belang van de minderjarige en/of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.
1.3.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen de man en de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. Daarnaast is verschenen een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad, om de voorzieningenrechter over de vorderingen te adviseren.
1.4.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie het navolgende, thans nog minderjarige kind is geboren:
- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2016.
2.2.
De man heeft de minderjarige erkend. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige.
2.3.
De minderjarige verblijft bij de vrouw.
3De vorderingen
3.1.
De vrouw vordert bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:
I. Te bepalen dat vervangende toestemming zal worden verleend tot het reizen naar Disneyland Parijs in de periode van 30 januari 2025 tot en met 1 februari 2025;
II. Het dyslexie traject van A tot lezen kan worden gestart, zonder toestemming van de man;
III. De vrouw in staat kan worden gesteld om bij de gemeente een nieuw ID-document voor [minderjarige] te verzoeken, middels de door de rechtbank te verlenen vervangende toestemming daartoe.
Beoordeling
4.1.
De voorzieningenrechter acht zich bevoegd inzake de vorderingen. Hij acht de vorderingen spoedeisend.
4.2.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de man aangegeven dat hij kan instemmen met de voorliggende vorderingen van de vrouw en toestemming geeft voor zowel de vakantie van [minderjarige] met de vrouw naar Disneyland Parijs in de periode van 30 januari 2025 tot en met 1 februari 2025, het opstarten van het dyslexie traject van A tot lezen voor [minderjarige] en het aanvragen van een nieuw ID-document bij de gemeente voor [minderjarige].
4.3.
Vervolgens hebben beide partijen aangegeven in te kunnen stemmen met het afdoen van deze zaak middels een verkort vonnis.
4.4.
Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter de vorderingen van de vrouw toewijzen en luidt de beslissing op de voorliggende vorderingen zoals hieronder is bepaald. Vanwege de toestemming van de man en de instemming van partijen met het afdoen van deze zaak middels een verkort vonnis volgt geen nadere schriftelijke uitwerking van deze beslissing.
4.5.
De voorzieningenrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de vrouw. Dat betekent dat de beslissing per direct moet worden gevolgd en dat een eventueel hoger beroep die beslissing niet schorst.
Dictum
De voorzieningenrechter:
5.1.
verleent de vrouw toestemming – ter vervanging van de toestemming van de man – om met de [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2016, naar Disneyland Parijs op vakantie te gaan van 30 januari 2025 tot en met 1 februari 2025;
5.2.
verleent de vrouw toestemming – ter vervanging van de toestemming van de man – voor het opstarten van het dyslexie traject van A tot lezen voor voornoemde [minderjarige];
5.3.
verleent de vrouw toestemming – ter vervanging van de toestemming van de man –
om voor voornoemde [minderjarige] een identiteitsbewijs aan te vragen bij de gemeente;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. De Beer, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2024 in tegenwoordigheid van mr. De Haas, griffier.