Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-11-19
ECLI:NL:RBZWB:2024:8171
Strafrecht
Raadkamer
761 tokens
Dictum
[de klager],
geboren op [datum ] 1971 te [plaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. J.C.B. Dionisius, advocaat te Breda (Ginnekenweg 241, 4835 NB Breda),
hierna te noemen: de klager.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 7 augustus 2024 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 18 juni 2024 onder klager in het strafvorderlijk onderzoek tegen hem in beslag is genomen: een personenauto, merk Audi, voorzien van het [kenteken] (hierna: de Audi);
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;
een e-mail van afdeling Beslag van 24 oktober 2024 inhoudende een beslissing tot teruggave en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 5 november 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis gehoord.
Klager en de raadsman zijn behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat klager eigenaar is van de onder hem inbeslaggenomen Audi en wordt bezwaard bij voortduring van het beslag.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat klager niet-ontvankelijk is in zijn beslag nu er op 22 oktober 2024 is beslist tot teruggave van de Audi aan klager en hij geen belang meer heeft.
Beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
Uit de onderliggende stukken begrijpt de rechtbank dat er op 22 oktober 2024 is beslist tot teruggave van de Audi aan klager en dat de opdracht hiertoe is uitgezet bij Domeinen Roerende Zaken voor de feitelijke afhandeling. Nu er reeds een last tot teruggave is gegeven heeft klager geen belang meer en zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het beklag.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is op 19 november 2024 genomen door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 19 november 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).