Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-11-19
ECLI:NL:RBZWB:2024:8169
Strafrecht
Raadkamer
760 tokens
Dictum
[klaagster] B.V.,
gevestigd te [adres] , vertegenwoordigd door [naam] .
hierna te noemen: klaagster.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 25 juli 2024 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 9 juli 2024 onder de heer [belanghebbende] , in het strafvorderlijk onderzoek tegen hem in beslag is genomen: een personenauto, merk BMW 5301, met het [kenteken] (hierna: de BMW);
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 5 november 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis, de heer [naam] namens klaagster en mr. E. van de Rakt als gemachtigd advocaat van [belanghebbende] , gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Daartoe is aangevoerd dat klaagster als leasemaatschappij de eigenaar is van de inbeslaggenomen BMW. Zij heeft de auto verhuurd aan de heer [belanghebbende] en deze is slechts de gebruiker van de BMW.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klaagschrift, nu het Openbaar Ministerie op 17 oktober 2024 heeft beslist tot teruggave van de BMW aan klaagster.
Beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
Uit de onderliggende stukken en de nadere toelichting van de heer [naam] in raadkamer begrijpt de rechtbank dat het Openbaar Ministerie op 17 oktober 2024 schriftelijk te kennen heeft gegeven dat is besloten tot teruggave van de BMW aan de rechthebbende, zijnde klaagster, en dat de BMW inmiddels ook weer in bezit is van klaagster. De rechtbank stelt daarmee vast dat het beslag is geëindigd en dat klaagster geen belang meer heeft. De rechtbank zal klaagster daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar beklag.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is op 19 november 2024 genomen door mr. J.C. Gillesse rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 19 november 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).