Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-11
ECLI:NL:RBZWB:2024:7867
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,658 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11113066 \ MB VERZ 24-633
CJIB-nummer : 9062 5422 5339 1042
uitspraakdatum : 11 oktober 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres 1]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 oktober 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: Als bromfietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fiets/bromfietspad aanwezig is (bord G12a) op [adres 2] te Breda op 25 september 2022 om 22:15 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Volgens betrokkene is niet voldoende aannemelijk gemaakt dat het op basis van de bebording niet toegestaan was om daar op dat tijdstip met een bromfiets te rijden. Op de foto’s in het dossier is ook geen bebording te zien. Volgens het Algemeen Proces Verbaal levert dit problemen op in de bewijslast, waardoor naar de bordenschouw dient te worden gekeken. Echter, uit het dossier volgt dat de meest recente bordenschouw heeft plaatsgevonden op 14 mei 2022. Deze datum is ruim vier maanden eerder dan de vermeende pleegdatum. Gemachtigde verzoekt om een bordenschouw korter dan één maand voorafgaand aan de pleegdatum. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat de officier van justitie het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, aangezien gemachtigde binnen de geboden termijn tijdig gronden heeft ingediend. Het inscannen in het systeem was laat gebeurd, waardoor het een onterechte beslissing betreft. Inhoudelijk heeft de zittingsvertegen-woordiger verzocht om het beroep ongegrond te verklaren en daarbij de juiste schouwrapporten van 10 september 2022 en van 12 oktober 2022 overhandigd. Daaruit blijkt dat de bebording in orde was. Ten aanzien van de proceskostenvergoeding heeft de zittingsvertegenwoordiger verzocht om dit niet toe te kennen, aangezien de inleidende beschikking in stand blijft en hier geen wijzigingen in plaatsvinden.
Overwegingen
De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld.
De kantonrechter overweegt als volgt. De officier van justitie heeft gemachtigde per brief van 10 maart 2023 de gelegenheid geboden om binnen 4 weken gronden in te dienen. Uit het dossier is gebleken dat de gronden van gemachtigde op 5 april 2022 zijn binnengekomen. Dat is op tijd.
De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Dit betekent dat het beroep tegen die beslissing gegrond is en dat die beslissing moet worden vernietigd.
De kantonrechter zal vervolgens het beroep tegen de boete inhoudelijk beoordelen.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Daarbij is van belang dat uit de ter zitting overhandigde schouwrapporten van 10 september 2022 en 12 oktober 2022 blijkt dat de bebording in orde was.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er bestaat alleen aanspraak op een proceskostenvergoeding als de betrokkene inhoudelijk in het gelijk is gesteld (zie ECLI:NL:GHARL:2020:3336). Dat is het geval als de inleidende beschikking - waarbij de boete is opgelegd - is vernietigd of gewijzigd op het punt van de hoogte van de boete, de omschrijving van de gedraging of de feitcode. Als de beslissing op beroep van de officier van justitie wordt vernietigd, maar de boetebeschikking niet wordt vernietigd of gewijzigd op één van deze punten, wordt het verzoek om een proceskostenvergoeding in beginsel afgewezen. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding om in dit geval een proceskostenvergoeding toe te kennen, zodat het verzoek daartoe wordt afgewezen.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;
wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2024.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.