Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-11-12
ECLI:NL:RBZWB:2024:7827
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,197 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/427790 FA RK 24-4858
datum uitspraak: 12 november 2024
beschikking betreffende voorlopige voorzieningen
in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. A.M.C.J. Dekkers-de Jong,
en
[de man]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. F.J. Koningsveld.
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 18 oktober 2024 ontvangen verzoekschrift met bijlage;
- het op 29 oktober 2024 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlage.
1.2. De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 31 oktober 2024. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat.
2Het verzoek
De vrouw verzoekt, samengevat,
het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door haar;
toevertrouwing van de minderjarigen aan haar;
te bepalen dat de onder 1. en 2. gevraagde voorzieningen door de vrouw ten uitvoer kunnen worden gelegd met behulp van de sterke arm van politie en justitie;
te bepalen dat eventuele kosten van tenuitvoerlegging van de hierboven onder 3. gevraagde voorziening voor rekening van de man komen, voor zover deze kosten veroorzaakt worden doordat hij niet op vrijwillige basis wil meewerken aan hetgeen waartoe de man wordt veroordeeld.
De man verzoekt, samengevat,
- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door hem.
Beoordeling
3.1.
De vrouw en de man zijn op [datum] 2012 te [plaats] , Marokko, met elkaar gehuwd. De vrouw heeft de Marokkaanse nationaliteit. De man heeft (in ieder geval) de Franse nationaliteit. Uit het huwelijk zijn de volgende nu nog minderjarige kinderen geboren: [minderjarige 1] (9 jaar oud), [minderjarige 2] (6 jaar oud) en [minderjarige 3] (5 jaar oud).
3.2.
Vanwege de nationaliteiten en de huwelijksplaats van partijen heeft de zaak internationaal privaatrechtelijke aspecten. De rechtbank heeft die ambtshalve beoordeeld. De rechtbank is van oordeel dat haar rechtsmacht toekomt en dat zij naar Nederlands recht dient te beslissen op de verzoeken.
De toevertrouwing van de minderjarigen
3.3.
De vrouw verzoekt om toevertrouwing van de minderjarigen aan haar, omdat zij de zorg voor de minderjarigen altijd voor haar rekening heeft genomen.
3.4.
De man heeft aangegeven zich te kunnen vinden in het verzoek van de vrouw om de minderjarigen aan haar toe te wijzen.
3.5.
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw als op de wet gegrond en niet weersproken, alsmede in het belang van de kinderen, toewijzen.
3.6.
Nu de minderjarigen bij deze beschikking aan de vrouw worden toevertrouwd, heeft zij van rechtswege, op grond van artikel 812 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), het recht de minderjarigen aan haar te doen afgeven. Een afzonderlijke machtiging dit onderdeel van deze beschikking zo nodig ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm van politie en/of justitie is dan ook overbodig.
Het gebruik van de echtelijke woning aan de [het adres] te [woonplaats]
3.7.
De vrouw verzoekt te bepalen dat zij bij uitsluiting van de man is gerechtigd tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedel. Ter onderbouwing voert zij aan dat de huidige situatie, waarbij partijen nog gezamenlijk met de minderjarigen in de woning verblijven, onhoudbaar is geworden. De vrouw ervaart agressie van de man. De man heeft eerder last gehad van psychische klachten, waarvoor hij is behandeld en hij gebruikt (soft)drugs, waardoor hij onberekenbaar is. De minderjarigen hebben er belang bij om met hun moeder in hun vertrouwde omgeving te kunnen blijven wonen. De man kan bij zijn zus in [woonplaats] verblijven, waar hij eerder heeft ingewoond.
In reactie op de stellingen van de man voert zij aan dat zij geen alternatieve woonruimte heeft voor haar en de minderjarigen en zeker niet in de omgeving. Verder is zij in staat om de lasten van de huurwoning te dragen, gelet op haar inkomen uit arbeid en de toeslagen waarop zij als alleenstaande ouder aanspraak zal kunnen maken.
3.8.
De man voert verweer en verzoekt ook om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Hij vindt het onredelijk dat hij de woning zou moeten verlaten. Hij is van mening dat hij geen alternatieve woonruimte heeft, omdat zijn zus geen ruimte voor hem heeft. De vrouw kan wel elders verblijven. De man is in staat om de lasten van de woning voor zijn rekening te nemen. Zijn psychische klachten waren arbeidsgerelateerd. Hij rookt met mate een jointje na een lange werkdag en er is geen sprake van onberekenbaar gedrag.
3.9.
Op grond van de overgelegde stukken en dat wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken, is de rechtbank van oordeel dat het niet wenselijk is dat partijen nog samen in de echtelijke woning verblijven. Ook uit het feit dat zij beiden het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning verzoeken leidt de rechtbank af dat voor partijen een gezamenlijk verblijf in de echtelijke woning geen optie is. De rechtbank zal dan ook een belangenafweging maken. Partijen zijn het er over eens dat de minderjarigen aan de vrouw moeten worden toevertrouwd. De rechtbank acht het, net als de vrouw, in het belang van de minderjarigen dat zij in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven. De rechtbank realiseert zich dat de man ook een belang heeft bij het gebruik van de woning, maar de in dit verband gestelde omstandigheden zijn vergelijkbaar met de situatie van de vrouw, namelijk het niet direct de beschikking hebben over geschikte, vervangende woonruimte en het hebben van voldoende inkomsten om de lasten van de woning te voldoen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank bepalen dat de vrouw gerechtigd is tot het uitsluitend gebruik van de woning en de zich daarin bevindende inboedel. Daarmee wordt het verzoek van de man afgewezen.
3.10.
Nu bij deze beschikking aan de man een bevel zal worden gegeven tot verlating van de echtelijke woning, wordt hiermee een titel aan de vrouw verschaft om ontruiming met behulp van de sterke arm te bewerkstelligen. Een afzonderlijke machtiging dit onderdeel van deze beschikking zo nodig ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm van politie en/of justitie is dan ook overbodig. Immers, indien de vrouw niet wil dat de man in de woning aanwezig is, kan zij de politie erbij roepen om de man te laten vertrekken uit de woning.
3.11.
Ten aanzien van het verzoek van de vrouw te bepalen dat de eventuele kosten van tenuitvoerlegging van de voorziening voor het inschakelen van de sterke arm van politie en justitie voor rekening van de man komen, is de rechtbank van oordeel dat dit verzoek geen wettelijke grondslag heeft, nu daarin niet is voorzien in de limitatieve opsomming van voorlopige voorzieningen als vermeld in artikel 822 lid 1 Rv.
3.12.
Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open. Ingevolge artikel 824 lid 1 Rv kan alleen cassatie in het belang der wet worden ingesteld. Hoger beroep is dus niet mogelijk. Dit betekent dat deze beslissing directe werking heeft.
Dictum
De rechtbank
bepaalt dat aan de vrouw worden toevertrouwd de minderjarigen
1. [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2015,
2. [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2018,
3. [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2019;
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning, daarbij inbegrepen de inboedelgoederen, gelegen aan [het adres] [woonplaats] , en beveelt de man die woning te verlaten en deze verder niet te betreden;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, en, in tegenwoordigheid van mr. Tillie, griffier, in het openbaar uitgesproken op 12 november 2024.