Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-11-07
ECLI:NL:RBZWB:2024:7779
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
3,414 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/427925 / FA RK 24-4915
Datum uitspraak: 7 november 2024
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonende te [woonplaats],
advocaat mr. F.J. Koningsveld te Breda.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 oktober 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op de locatie van [zorgaanbieder], [adres] [woonplaats], op 7 november 2024. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mevrouw [naam], wijkverpleegkundige.
2Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden te verlenen.
3De standpunten
3.1.
Cliënt geeft aan dat hij zich niet herkent in de diagnose dementie. Op de opmerking van de behandelend rechter dat uit de stukken tevens blijkt dat zijn echtgenote vreest voor haar veiligheid en dat zij wegens de grote zorglast die op haar drukt overbelast is geraakt, antwoordt cliënt dat er in elk huwelijk wel eens spanningen zijn.
3.2.
De wijkverpleegkundige brengt naar voren dat bij cliënt sprake is van een dementieel ziektebeeld met een progressief verloop. Cliënt gaat vijf dagen per week naar dagbesteding. Daarnaast komt er bij hem thuis tweemaal per dag wijkverpleging. De toestand van cliënt verslechtert, onder meer gaat zijn mobiliteit achteruit en ook valt hij regelmatig. Tevens gaat cliënt ’s nachts meermalen uit bed. Zijn echtgenote is in mentaal en fysiek opzicht niet langer in staat om hem daarin voldoende te ondersteunen. Zij heeft bovendien, om ’s nachts voldoende controle uit te kunnen oefenen, praktische maatregelen moeten nemen, waardoor zij zelf onvoldoende aan slapen toekomt. Daarbij komt dat meer recent sprake was van hoog oplopende spanningen tussen cliënt en echtgenote met mogelijk fysiek geweld. Nu de zorgbehoefte van cliënt zodanig is toegenomen dat zijn echtgenote daaraan niet meer kan voldoen, ook niet met de al beschikbare verpleegzorg en dagbesteding, en de echtgenote zelfs dreigt uit te vallen, geldt in haar visie een verplichte zorgopname nog als het enige reële alternatief. Zij kan daarom achter het verzoek staan.
3.3
De advocaat van cliënt voert aan dat zijn cliënt duidelijk is in zijn standpunt, hij wil geen verplichte zorgopname. Cliënt laat blijken dat het thuis en ook tussen hem en zijn echtgenote goed gaat. Er zijn uiteraard wel eens spanningen, maar die doen zich in elk huwelijk wel eens voor. In de onderliggende stukken leest hij dat zijn cliënt soms verbaal agressief kan reageren. Alleen op grond daarvan kan echter niet worden geconcludeerd dat de situatie thuis onhoudbaar is geworden, wat betekent dat hij als raadsman ten aanzien van het gestelde ernstig nadeel twijfels heeft. Dit bij elkaar maakt dat hij namens cliënt het standpunt inneemt dat het verzoek dient te worden afgewezen.
Beoordeling
4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie. De enkele ontkenning van cliënt dat bij hem van een psychogeriatrische aandoening sprake is geeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening en stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing.
De mobiliteit van cliënt neemt af en er is in toenemende mate sprake van valgevaar. Ook is in overig opzicht de behoefte aan zorg en toezicht bij cliënt met name in de nachtelijke uren toegenomen, terwijl zijn echtgenote overbelast is geraakt.
4.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.
4.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Hiertoe neemt de rechtbank in aanmerking dat op dit moment al het maximaal haalbare aan ambulante verpleegzorg en daarnaast dagbesteding wordt ingezet. Voor zover cliënt daarnaast aangewezen is op mantelzorg en ondersteuning door zijn echtgenote, geldt dat zij door de toegenomen zorgbehoefte van cliënt mentaal en fysiek niet langer in staat is daaraan verantwoord en op veilige wijze te voldoen.
4.6.
Met inachtneming van het bovenstaande zal een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf worden verleend voor de duur van zes maanden.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene]
, geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats];
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 mei 2025.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2024 door mr Pulskens, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 14 november 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/427925 / FA RK 24-4915
Datum uitspraak: 7 november 2024
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonende te [woonplaats],
advocaat mr. F.J. Koningsveld te Breda.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 oktober 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op de locatie van [zorgaanbieder], [adres] [woonplaats], op 7 november 2024. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mevrouw [naam], wijkverpleegkundige.
2Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden te verlenen.
3De standpunten
3.1.
Cliënt geeft aan dat hij zich niet herkent in de diagnose dementie. Op de opmerking van de behandelend rechter dat uit de stukken tevens blijkt dat zijn echtgenote vreest voor haar veiligheid en dat zij wegens de grote zorglast die op haar drukt overbelast is geraakt, antwoordt cliënt dat er in elk huwelijk wel eens spanningen zijn.
3.2.
De wijkverpleegkundige brengt naar voren dat bij cliënt sprake is van een dementieel ziektebeeld met een progressief verloop. Cliënt gaat vijf dagen per week naar dagbesteding. Daarnaast komt er bij hem thuis tweemaal per dag wijkverpleging. De toestand van cliënt verslechtert, onder meer gaat zijn mobiliteit achteruit en ook valt hij regelmatig. Tevens gaat cliënt ’s nachts meermalen uit bed. Zijn echtgenote is in mentaal en fysiek opzicht niet langer in staat om hem daarin voldoende te ondersteunen. Zij heeft bovendien, om ’s nachts voldoende controle uit te kunnen oefenen, praktische maatregelen moeten nemen, waardoor zij zelf onvoldoende aan slapen toekomt. Daarbij komt dat meer recent sprake was van hoog oplopende spanningen tussen cliënt en echtgenote met mogelijk fysiek geweld. Nu de zorgbehoefte van cliënt zodanig is toegenomen dat zijn echtgenote daaraan niet meer kan voldoen, ook niet met de al beschikbare verpleegzorg en dagbesteding, en de echtgenote zelfs dreigt uit te vallen, geldt in haar visie een verplichte zorgopname nog als het enige reële alternatief. Zij kan daarom achter het verzoek staan.
3.3
De advocaat van cliënt voert aan dat zijn cliënt duidelijk is in zijn standpunt, hij wil geen verplichte zorgopname. Cliënt laat blijken dat het thuis en ook tussen hem en zijn echtgenote goed gaat. Er zijn uiteraard wel eens spanningen, maar die doen zich in elk huwelijk wel eens voor. In de onderliggende stukken leest hij dat zijn cliënt soms verbaal agressief kan reageren. Alleen op grond daarvan kan echter niet worden geconcludeerd dat de situatie thuis onhoudbaar is geworden, wat betekent dat hij als raadsman ten aanzien van het gestelde ernstig nadeel twijfels heeft. Dit bij elkaar maakt dat hij namens cliënt het standpunt inneemt dat het verzoek dient te worden afgewezen.
Beoordeling
4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie. De enkele ontkenning van cliënt dat bij hem van een psychogeriatrische aandoening sprake is geeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening en stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing.
De mobiliteit van cliënt neemt af en er is in toenemende mate sprake van valgevaar. Ook is in overig opzicht de behoefte aan zorg en toezicht bij cliënt met name in de nachtelijke uren toegenomen, terwijl zijn echtgenote overbelast is geraakt.
4.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.
4.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Hiertoe neemt de rechtbank in aanmerking dat op dit moment al het maximaal haalbare aan ambulante verpleegzorg en daarnaast dagbesteding wordt ingezet. Voor zover cliënt daarnaast aangewezen is op mantelzorg en ondersteuning door zijn echtgenote, geldt dat zij door de toegenomen zorgbehoefte van cliënt mentaal en fysiek niet langer in staat is daaraan verantwoord en op veilige wijze te voldoen.
4.6.
Met inachtneming van het bovenstaande zal een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf worden verleend voor de duur van zes maanden.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene]
, geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats];
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 mei 2025.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2024 door mr Pulskens, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 14 november 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.