Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-08
ECLI:NL:RBZWB:2024:7761
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,224 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/427256 / FA RK 24-4592
Datum uitspraak: 8 oktober 2024
Beschikking wijziging zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1966 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [woonplaats],
verblijvende te [plaats], [accommodatie] - [locatie],
advocaat mr. A.W.M. van de Wouw te Galder.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen op 4 oktober 2024;
de aanvraag tot wijziging zorgmachtiging van 3 oktober 2024;
Dictum
de medische verklaring van 2 oktober 2024;
het historisch overzicht.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 oktober 2024. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
de heer [naam 1], psychiater/waarnemend behandelaar;
de heer [naam 2], senior agoog.
1.3.
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2Wat vaststaat
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 4 maart 2025 voor de navolgende verplichte zorgvormen:
- - toedienen van medicatie,
- het verrichten van medische controles;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot
gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
3Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om wijziging, als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), van de zorgmachtiging, zoals die op 17 september 2024 voor betrokkene is afgegeven, aldus dat voor de duur van de geldende zorgmachtiging aanvullend als verplichte zorgvorm kan worden toegepast:
- het beperken van de bewegingsvrijheid.
4De standpunten
4.1.
Betrokkene geeft aan dat het haar volledig onduidelijk is wat de reden is dat zij verplicht klinisch is opgenomen. De klinische opname voelt voor haar als een gevangenhouding. Dit terwijl zij niets heeft misdaan. Ook mankeert zij niets. Een wijziging/aanvulling van de zorgmachtiging als verzocht is dus niet nodig. In de thuissituatie waren er volgens haar geen problemen. Verder begrijpt zij niet waarom zij verplicht wordt om medicatie te gebruiken en de medicatie bovendien is opgehoogd. Ook heeft zij niets meer terug gehoord op haar verzoek om een medicijn te vinden dat slechts één maal per drie dagen hoeft te worden toegediend. Zij wil dat er een einde komt aan de bemoeienis van zorgverleners, van rechters en van advocaten. Zij wil verder met haar leven.
4.2.
De psychiater/waarnemend behandelaar brengt naar voren dat door de rechtbank bij beschikking van 17 september 2024 een eindbeschikking is gegeven, waarbij een zorgmachtiging is verleend. Van die zorgmachtiging maakt onder meer deel uit ‘het opnemen in een accommodatie’ bij wijze van verplichte zorgvorm. In het voortraject en bij de mondelinge behandeling is abusievelijk verzuimd de als zodanig daarmee verbonden zorgvorm ‘beperking van de bewegingsvrijheid’ bij het verzoek te betrekken. Ter voorkoming dat betrokkene zich aan de noodzakelijk geachte zorg zal onttrekken acht hij het noodzakelijk dat deze zorgvorm alsnog deel zal uitmaken van de zorgmachtiging. Hij wijst erop dat bedoelde zorgvorm tevens ziet op het nemen van afdoende maatregelen om ervoor te zorgen, wanneer dit uit klinisch behandeloogpunt noodzakelijk wordt geacht, dat betrokkene zich niet zelfstandig buiten de instelling kan begeven. Op de vraag van de advocaat of dit ook fixatie en holding kan inhouden antwoordt hij ontkennend.
4.3.
De advocaat van betrokkene voert aan dat haar cliënt duidelijk laat blijken dat zij vindt dat er absoluut geen reden is om de klinische opname van haar in de GGZ instelling hetzij vrijwillig hetzij in verplichte vorm voort te zetten. Ook maakt betrokkene ernstig bezwaar tegen het verzoek om ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ als verplichte zorgvorm aan de geldende zorgmachtiging toe te voegen, omdat zij over de mogelijkheid wil blijven beschikken om zich zelfstandig buiten de GGZ instelling te begeven. Namens haar cliënte stelt zij zich daarom op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen.
Beoordeling
5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde wijziging van de zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz.
5.3.
Om deze noodsituatie af te wenden, heeft betrokkene zorg nodig.
5.4.
De inhoud van de stukken en het besprokene tijdens de mondelinge behandeling strekken naar het oordeel van de rechtbank tot de overtuiging dat, naast de al van de zorgmachtiging deel uitmakende verplichte zorgvormen, tevens ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ ook na verloop van drie dagen nodig is gebleken. Op grond van
artikel 8:12 Wvggz kan de bestaande machtiging dan ook gewijzigd worden.
5.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat sinds de mondeling gegeven beslissing van 17 september 2024 ten aanzien van betrokkene het (recidiverend) paranoïde psychotisch toestandsbeeld nog niet in voldoende mate is opgeklaard. Het ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ bij wijze van aanvullende verplichte zorg acht de rechtbank daarom noodzakelijk om betrokkene op een gesloten afdeling te kunnen blijven opnemen en haar daar te verhinderen zich vrijelijk naar buiten en eventueel ook binnen de opnameafdeling te bewegen. Niet is gebleken van voldoende mogelijkheden om bedoelde passende aanvullende zorg op vrijwillige basis te bieden.
5.6.
De verzochte aanvullende vorm van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, is evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.7.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen, aldus dat naast de al van de zorgmachtiging deel uitmakende zorgvormen daaraan ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ als verplichte zorgvorm wordt toegevoegd voor de duur van die zorgmachtiging, te weten tot en met 4 maart 2025.
Dictum
De rechtbank:
wijzigt de zorgmachtiging die op 17 september 2024 is verleend voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1966 in [geboorteplaats],
inhoudende dat naast de daarvan al deel uitmakende zorgvormen tevens voor de duur van die zorgmachtiging, te weten tot en met 4 maart 2025, als verplichte zorgvormen kan worden toegepast:
- het beperken van de bewegingsvrijheid.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 23 oktober 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.