Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-08
ECLI:NL:RBZWB:2024:7394
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
987 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 10708710 \ MB VERZ 23-322
CJIB-nummer : 0062 5422 4828 1534
uitspraakdatum : 8 oktober 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [naam]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 8 oktober 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 30 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1) op de Rietgoorsestraat te Roosendaal op 16 maart 2022 om 12:17 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat betrokkene zich niet met de beslissing kan verenigen. Betrokkene geeft aan dat de route die zij heeft gereden niet voorzien was van 60 km/h borden of 60 km/h zone. Betrokkene ging er vanuit dat ze 80 km/h mocht rijden, omdat dat standaard is buiten de bebouwde kom. Betrokkene heeft de route beschreven in het verweer en foto’s gemaakt (37 stuks, te vinden in het dossier). Betrokkene geeft ook aan dat ze begrijpt dat de OvJ uitgaat van de controle van de bebording door de verbalisant, maar dat dit niet correct is.
Ter zitting heeft betrokkene foto’s laten zien en deze vergeleken met de foto’s in het dossier. Op de foto’s van betrokkene is te zien dat op de pleegdatum op de betreffende locatie geen bebording aanwezig was.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Door het vergelijken van de foto’s van betrokkene met de foto’s in het dossier, is aannemelijk dat op de pleegdatum op de betreffende locatie geen bebording aanwezig was. De foto’s van verbalisant zijn anderhalf jaar na de gedraging gemaakt. De richtlijn stelt dat dit binnen zes maanden na de gedraging moet plaatsvinden.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat op de foto’s van betrokkene te zien is dat er geen bebording geplaatst stond op de pleegdatum en dat verbalisant anderhalf jaar na de gedraging foto’s heeft gemaakt op de pleeglocatie. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 361,00 dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.