Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-08-05
ECLI:NL:RBZWB:2024:6787
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
943 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 10817253 \ MB VERZ 23-455
CJIB-nummer : 8062 5422 5458 0465
uitspraakdatum : 5 augustus 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
[adres]
[woonplaats] ( [land] )
hierna: betrokkene
gemachtigde : [bedrijf]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 5 augustus 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 9 kilometer per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de N59 Rijksweg (ter hoogte van hectometerpaal 25.7 richting Bruinisse) te Oosterland (gemeente Schouwen-Duivenland) op 17 december 2022 om 13:00 uur.
Betrokkene heeft in het beroepsschrift samengevat aangevoerd dat het voertuig was verkocht ten tijde van de constatering van de verweten gedraging. De persoon/het bedrijf die het voertuig had gekocht is verantwoordelijk voor de gedraging die is verricht met het voertuig.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren. Betrokkene heeft in het dossier een verkoopfactuur overlegd. De zittingsvertegenwoordiger heeft via het Europese Kentekenregister geconstateerd dat het voertuig niet meer op de naam van betrokkene stond.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene had aangegeven dat het voertuig ten tijde van de gedraging was verkocht. Op de dag van het vaststellen van de gedraging, op 17 december 2022, stond het kenteken nog op naam van betrokkene. Volgens toelichting van de zittingsvertegenwoordiger is er op het moment dat een voertuig in Polen wordt verkocht een termijn van dertig dagen om het voertuig over te laten zetten op naam van de koper. Na het raadplegen van het Europese Kentekenregister blijkt dat het kenteken na het bedoelde termijn niet meer op naam van betrokkene stond. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 72,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: