Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-09-25
ECLI:NL:RBZWB:2024:6543
Strafrecht
Op tegenspraak
3,565 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02/175847-22
vonnis van de meervoudige kamer van 25 september 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [woonadres] ,
raadsvrouw mr. M. Akça-Altun, advocaat te Breda.
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 september 2024, waarbij de officier van justitie, mr. E.E. de Feijter, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een woninginbraak.
3De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
Beoordeling
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het feit heeft gepleegd.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat sprake is van meerdere vormverzuimen . Dit leidt tot een schending van de artikelen 5 en 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en dient tot bewijsuitsluiting te leiden. Voor zover de rechtbank deze verweren verwerpt is er geen bewijs voor braak, verbreking of inklimming.
4.3
Beoordeling
4.3.1
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Verweren verdediging
De verdediging heeft een aantal verweren gevoerd. De rechtbank zal alvorens tot een inhoudelijke beoordeling te komen eerst deze verweren bespreken. Zij zal hierbij beginnen met het verweer ten aanzien van het inwendig lichamelijk onderzoek van verdachte.
Visitatie
De raadsvrouw heeft kortgezegd betoogd dat deze onrechtmatig was, omdat geen sprake was van ernstige bezwaren en de visitatie niet noodzakelijk was. De rechtbank begrijpt dit verweer als een rechtmatigheidsverweer, waarbij moet worden gekeken naar het bepaalde in artikel 359a Wetboek van Strafvordering (Sv). De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit het dossier volgt dat verdachte is aangetroffen in een auto, kort na melding van een woninginbraak, en dat in diezelfde auto juwelen zijn gevonden die afkomstig bleken te zijn uit de desbetreffende woning. Er waren aldus ernstige bezwaren. Ook was er een noodzaak tot inwendig lichamelijk onderzoek. In een proces-verbaal van bevindingen is gerelateerd dat de politie ambtshalve bekend is met de omstandigheid dat Roma vrouwen vaak gestolen goederen verstoppen in lichaamsholtes. Van een vormverzuim was kortom geen sprake.
Peilbaken en observatie
De raadsvrouw heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat sprake is van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek door de onrechtmatige inzet van een peilbaken. Hierdoor moeten het proces-verbaal van [verbalisant 1] en alle hieruit volgende processen-verbaal worden uitgesloten van het bewijs. De rechtbank overweegt dat in beginsel alleen een sanctie aan een vormverzuim hoeft te worden verbonden indien de verdachte zelf wordt getroffen in een belang dat door het geschonden vormvoorschrift wordt beschermd (Schutznorm). Indien een ander wordt getroffen dan hoeft in de regel geen rechtsgevolg te worden verboden aan het verzuim. Het bevel dat eerder onderliggend was aan het peilbaken was afgegeven in de zaak van de moeder van verdachte. Het was de auto waarvan de moeder gebruik maakte die is gevolgd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het vormverzuim waarvan sprake zou zijn, niet tegen verdachte is begaan. Om die reden verwerpt de rechtbank het verweer van de raadsvrouw.
De rechtbank verwerpt de rechtmatigheidsverweren. Zij zal over gaan tot de bespreking van de feiten.
Ten aanzien van het feit
De rechtbank stelt de volgende feiten en omstandigheden vast.
Op 11 juli 2022 is verdachte samen met haar moeder als verdachte van een woninginbraak aangemerkt. Op die dag is [verbalisant 1] naar [plaats] gereden om een peilbaken onder de Suzuki Alto, waarin verdachte uiteindelijk is aangetroffen, te verwijderen. [verbalisant 1] was ambtshalve bekend met het feit dat dit voertuig gebruikt werd door een groepering die inbraken pleegt door het gehele land. Door de verbalisant is waargenomen dat verdachte en haar moeder rond 16:40 uur de auto parkeerden en een klein half uur later uit de richting van de [straat] kwamen lopen. Hij kreeg, zo blijkt uit het door hem opgemaakte proces-verbaal, het vermoeden dat verdachte en haar moeder zich mogelijk schuldig hadden gemaakt aan (gekwalificeerde) diefstal. De verbalisant heeft hierop besloten de Suzuki heimelijk te volgen en heeft contact opgenomen met de meldkamer. De meldkamer liet [verbalisant 1] hierop weten dat er zojuist een inbraak was gepleegd op de [adres] in [plaats] . Rond 17:21 uur kreeg [verbalisant 1] van een eenheid te horen dat bij de eerdergenoemde inbraak juwelen waren weggenomen. Ten tijde van de inbraak waren twee vrouwen gezien in het complex waar de inbraak was gepleegd, die voldeden aan het signalement van verdachte en haar moeder. Hierop zijn verdachte en haar moeder staande gehouden. In de Suzuki zijn verschillende juwelen aangetroffen. Deze juwelen bleken ook afkomstig te zijn van de diefstal aan de [straat] . Ook volgt uit een proces-verbaal van [verbalisant 2] dat zij van een collega had vernomen dat een getuige had bevestigd dat de vrouwen op de foto met daarop verdachte in het appartementencomplex zijn geweest. Op deze foto zijn verdachte en haar moeder te zien.
De rechtbank is van oordeel dat op basis van voornoemde feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de diefstal uit de woning heeft gepleegd.
De volgende vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of ook braak of verbreking bewezen kan worden. De rechtbank beantwoord deze vraag ontkennend. Zij is van oordeel dat onvoldoende vast is komen te staan op welke manier de deur van de woning open is gemaakt. Ook de verklaring die [verbalisant 3] bij de rechter-commissaris heeft afgelegd is in dit verband onvoldoende duidelijk. Nu de rechtbank niet kan vaststellen op welke wijze de deur is geopend, spreekt zij verdachte partieel vrij van het kwalificerende bestanddeel.
Medeplegen
De rechtbank is van oordeel dat vast staat dat verdachte de inbraak samen met haar moeder heeft gepleegd Er is dan ook sprake van medeplegen.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 11 juli 2022 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander, twee sieradendoosjes met de opdruk/opschrift Both en Lucardi en diverse sieraden die geheel aan [benadeelde] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.
6De strafoplegging
6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van de tijd dat verdachte in voorarrest heeft gezeten.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht het jeugdstrafrecht toe te passen en rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
6.3
Beoordeling
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een diefstal uit een woning. Zij is samen met haar moeder op klaarlichte dag een woning binnengegaan van een ouder echtpaar, terwijl zij thuis waren en op hun balkon zaten. Verdachte heeft hierbij sieraden weggenomen. Een dergelijke diefstal is een ernstig en zeer brutaal feit. Niet alleen heeft verdachte daarmee materiële schade veroorzaakt, maar zij heeft ook fors inbreuk gemaakt op de veiligheidsgevoelens van de slachtoffers en mensen in hun omgeving. Een woning is bij uitstek een plek waar je je als bewoner veilig zou moeten kunnen voelen. Verdachte heeft hier geen rekening mee gehouden en enkel oog gehad voor haar eigen financiële gewin. Bovendien neemt verdachte geen enkele verantwoordelijkheid voor haar handelen.
Bij het bepalen van de hoogte en soort van de op te leggen straf heeft de rechtbank gekeken naar verschillende factoren, waaronder de persoon van verdachte. De raadsvrouw heeft betoogd dat er reden is om het jeugdstrafrecht toe te passen. De reclassering heeft in haar rapport geadviseerd het volwassenenstrafrecht toe te passen. Volgens de reclassering zijn er geen aanwijzingen om het jeugdstrafrecht toe te passen. Het opleidingsniveau en het feit dat ze haar diploma heeft behaald impliceert dat geen sprake is van een verstandelijke beperking. Hoewel verdachte bij haar vader woont, is de reclassering gebleken dat ze zelfstandig en leeftijdsadequaat kan handelen. Een meer pedagogische aanpak is derhalve niet geïndiceerd. Daarnaast heeft verdachte geen openheid gegeven over het feit of haar persoonlijke omstandigheden, maar heeft zij zich beroepen op haar zwijgrecht. Onder de geschetste omstandigheden ziet de rechtbank geen reden om af te wijken van het advies van de reclassering en zal zij verdachte berechten conform het volwassenenstrafrecht.
De rechtbank houdt rekening met de aard en ernst van het feit. Ook heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die doorgaans in soortgelijke zaken worden opgelegd en de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Op een feit zoals door verdachte is gepleegd, staat voor een first offender in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden. In dit geval is echter ook sprake van medeplegen. In beginsel weegt de rechtbank dit in strafverzwarende zin mee. Daar tegenover staat dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn met twee maanden. Alles overwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.
7De benadeelde partij
De vordering benadeelde partij van [benadeelde] is niet ondertekend. Om die reden dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard.
8De wettelijke voorschriften
Dictum
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4. is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
medeplegen van diefstal;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Benadeelde partijen
- verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten zal dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.L.J. Martens, voorzitter, mr. E.B. Prenger en mr. E.A. van Beelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Heitzman, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 september 2024.
Bijlage I
De tenlastelegging
zij op of omstreeks 11 juli 2022 te [plaats]tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,twee sieradendoosjes met de opdruk/opschrift Both en/of Lucardi en/of diversesieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] ,in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s)toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegangtot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg tenemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht doormiddel van braak en/of verbreking en/of inklimming.