Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-08-22
ECLI:NL:RBZWB:2024:6243
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
1,638 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/4939
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 augustus 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[B.V.] h.o.d.n. [verzoekster] , uit [plaats 1] , verzoekster
(gemachtigde: mr. N.A. Rijsterborgh),
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg
(gemachtigde: [naam 1] ).
Als derde-partij neemt aan de zaken deel: [naam 2] uit [plaats 2] (derde-belanghebbende).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen het besluit om alsnog een tussen haar en de gemeente bestaande overeenkomst gedeeltelijk openbaar te maken op verzoek van derde-belanghebbende.
1.1.
Met het bestreden besluit van 29 mei 2024 op het bezwaar van verzoekster is het college bij dat besluit gebleven.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: directeur van verzoekster en de gemachtigde, de gemachtigde van het college en derde-belanghebbende in persoon.
Het verzoek
Verzoekster stelt zich primair op het standpunt dat – kort samengevat – het gedeeltelijk openbaar maken van de overeenkomst in strijd komt met de uitzonderingsgrond zoals opgenomen in artikel 5.1, eerste lid, sub c van de Woo en dat daarom openbaarmaking van de gehele overeenkomst en de daarbij behorende bijlagen, dient te worden geweigerd. Subsidiair stelt zij zich op het standpunt dat het college ten onrechte bepaalde passages uit de overeenkomst niet onder die uitzonderingsgrond schaart, te weten artikel 8.5 en de offerte met bijlagen (bijlage 2 bij de overeenkomst), daar dit bedrijfsgegevens van verzoekster betreffen. Indien dit niet wordt gevolgd, doet verzoekster nog een beroep op artikel 5.1, tweede lid, sub f van de Woo en stelt zij dat de openbaarmaking van de gehele overeenkomst achterwege dient te blijven omdat het gaat om concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens. Het belang van openbaarmaking weegt niet op tegen het belang van de bescherming van de concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens.
Voorlopige voorziening
Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen,0 dat vereist. Omdat de gevraagde gegevens gedeeltelijk openbaar zullen worden gemaakt als gevolg van het genomen besluit van 21 mei 2024 en [verzoekster] hier bezwaar tegen heeft, heeft zij een spoedeisend belang. Artikel 4.4., vijfde lid van de Woo voorziet hier ook in een regeling, die het mogelijk maakt dat een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingediend als zij het niet eens is met de gedeeltelijke openbaarmaking van de gegevens.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter stelt vast dat zowel verzoekster als derde-belanghebbende beroep hebben ingesteld tegen het besluit van 29 mei 2024. Daarin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het bestreden besluit tot het alsnog gedeeltelijk verstrekken van de overeenkomst aan derde-belanghebbende op grond van haar verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo-verzoek), te schorsen. Zou de voorzieningenrechter het verzoek afwijzen, dan zou dat ertoe leiden dat de overeenkomst gedeeltelijk openbaar gemaakt zou moeten worden en dan worden de ingestelde beroepen zinledig.
3. Dat betekent dat het verzoek wordt toegewezen. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht wordt terugbetaald. Verder veroordeelt de voorzieningenrechter het college in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.750,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 875,-, en wegingsfactor 1).
4. Ter zitting is de spoedige behandeling van de bodemzaken besproken en is een datum gepland voor het behandelen van de beide beroepen op zitting. Deze zitting is gepland op 4 oktober 2024 en de rechtbank streeft ernaar op 25 oktober 2024 uitspraak te doen.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- schorst het besluit van het college tot gedeeltelijke openbaarmaking van de overeenkomst totdat op het beroep is beslist;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 371,- aan verzoekster te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.750,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.M.A. Jonkers, griffier en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is buiten staat deze uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Wet open overheid
Artikel 5.1 Uitzonderingen
1. Het openbaar maken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit:
c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld;
2. Het openbaar maken van informatie blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
f. de bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens;