Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-08-08
ECLI:NL:RBZWB:2024:6045
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,614 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummers: C/02/425087 JE RK 24-1385 (spoed)
C/02/425090 JE RK 24-1386 (regulier)
Datum uitspraak: 8 augustus 2024
Nadere beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
gecertificeerde instelling (GI) belast met de uitvoering van de voogdij over de hierna te noemen minderjarige,
ten aanzien van:
[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2009,
verblijvende bij [jeugdzorginstelling] , [locatie] ,
advocaat: mr. J.J.R. Albicher.
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
[de grootouders] ,
hierna te noemen: de grootouders (moederszijde).
Op grond van het bepaalde in artikel 810 Rv is in deze procedure gekend de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad.
1Het verdere procesverloop
1.1
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de in deze zaak gegeven beschikking van 30 juli 2024 en alle daarin genoemde stukken;
- de verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper van 6 augustus 2024.
1.2
De mondelinge behandeling heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op
8 augustus 2024. Daarbij waren aanwezig:
[minderjarige] en haar advocaat;
de moeder;
de grootouders via een Teamsverbinding;
een vertegenwoordigster van de GI;
een vertegenwoordigster van de Raad.
Feiten
2.1
Bij voormelde beschikking van 30 juli 2024 is een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van twee weken, te weten van 30 juli 2024 tot 13 augustus 2024. Het verzoek om een aansluitende machtiging te verlenen om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden is aangehouden.
2.2
[minderjarige] verblijft op een gesloten groep van [jeugdzorginstelling] .
3Het verzoek
3.1
De GI verzoekt om een (aansluitende) machtiging te verlenen om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
4De standpunten
Alle standpunten zijn kort samengevat weergegeven
4.1
[minderjarige] heeft eerst, afzonderlijk met de kinderrechter gesproken. Haar advocaat was daarbij aanwezig. [minderjarige] heeft verteld dat zij een moeilijke periode achter de rug heeft. Dit komt vooral door spanning en stress vanwege de situatie van haar oma. [minderjarige] is heel bang dat zij haar oma zal kwijtraken. [minderjarige] wil liever niet op de gesloten groep blijven, maar zij begrijpt wel dat dit nu nodig is. [minderjarige] wil graag met een voorwaardelijke machtiging doorstromen naar een open groep. Zij wil ook graag weer naar school om later iets te gaan doen met uiterlijke verzorging.
4.2
Namens de GI is aangevoerd dat er momenteel actief wordt gezocht naar een vervolgplek die het beste aansluit bij wat [minderjarige] nodig heeft. Daarbij ziet de GI zich geconfronteerd met de situatie dat een recent bij [minderjarige] afgenomen intelligentieonderzoek heeft uitgewezen dat haar IQ wat lager ligt dat aanvankelijk gedacht. Haar IQ is echter te hoog voor een zorg- en behandelplek op LVB niveau. De GI blijft van mening dat een aanpak op LVB niveau voor [minderjarige] het meest geschikt is en zal daar bij het zoeken naar een vervolgplek rekening mee houden.
Doordat de gedragswetenschapper slechts instemt met gesloten jeugdhulp voor een periode van maximaal drie maanden, heeft de GI minder tijd om een passende vervolgplek voor [minderjarige] te vinden. De GI hoopt dat dit er niet toe zal leiden dat [minderjarige] extra moet worden overgeplaatst. Verder zal er de komende periode gekeken worden naar de rol van het netwerk van [minderjarige] .
4.3
De vertegenwoordigster van de Raad heeft naar voren gebracht dat er sprake is van een complexe situatie rondom [minderjarige] waarbij er ernstige zorgen zijn over haar ontwikkeling. [minderjarige] heeft bovendien behoefte aan duidelijkheid over haar perspectief. Die duidelijkheid ontbreekt op dit moment. De Raad onderschrijft de noodzaak voor gesloten jeugdhulp voor de periode waarmee de gedragswetenschapper heeft ingestemd. Het is van belang dat er binnen die periode duidelijkheid komt over [minderjarige] toekomstperspectief.
4.4
De moeder heeft aangegeven dat het contact tussen haar en [minderjarige] momenteel goed is. De moeder ziet de noodzaak voor gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] vanwege haar ernstige problematiek.
4.5
De grootouders hebben aangegeven dat zij de door de GI geuite zorgen over [minderjarige] delen. De grootouders onderschrijven dat [minderjarige] behoefte heeft aan een plek die haar bescherming en veiligheid biedt, alsook passende zorg en behandeling.
4.6
De advocaat van [minderjarige] heeft aangevoerd dat er een spanningsveld is tussen wat [minderjarige] op dit moment nodig heeft om haar veiligheid en verdere ontwikkeling te kunnen waarborgen en de mogelijkheden om dit te realiseren. Gesloten jeugdhulp is een zeer ingrijpende maatregel die uitsluitend als ultimum remedium mag worden ingezet. Op grond van de stukken concludeert de advocaat dat [minderjarige] zich meermalen aan de haar geboden zorg heeft onttrokken, waarbij zij zich bovendien in risicovolle situaties heeft begeven. Gelet op de verklaring van de gedragswetenschapper, kan het verzoek voor maximaal drie maanden worden toegewezen. Uitgangspunt moet zijn dat [minderjarige] in die periode met een voorwaardelijke machtiging de overstap kan maken naar een open groep.
Beoordeling
Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
5.1
Bij voormelde beschikking van 30 juli 2024 is het verzoek van de GI om een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp toegewezen voor de verzochte duur van twee weken. Er zijn de kinderrechter geen nieuwe feiten en/of omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot een ander oordeel.
Aansluitende machtiging gesloten jeugdhulp
5.2
Volgens artikel 6.1.2 lid 2 Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk en geschikt is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien moeten de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Daarnaast dienen er geen minder ingrijpende mogelijkheden te zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
5.3
De kinderrechter is op basis van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp.
[minderjarige] heeft een lange hulpverleningsgeschiedenis. Haar gedrag kenmerkt zich al geruime tijd door het opzoeken van grenzen, het niet accepteren van gezag, verbale agressie, het aangaan van risicovolle relaties en het in aanraking komen met politie. [minderjarige] heeft gedurende langere tijd bij haar grootouders gewoond, die als netwerkpleeggezin fungeerden. Op zeker moment was dit vanwege haar gedrag niet langer mogelijk. [minderjarige] is vervolgens geplaatst op een open groep bij Sterk Huis, waarna haar gedragsproblematiek is verergerd. Ook liep [minderjarige] veelvuldig weg, vaak naar haar vader, terwijl er serieuze zorgen zijn over de rol van de vader (en zijn partner) in het leven van [minderjarige] . Op dit moment verblijft [minderjarige] bij [jeugdzorginstelling] . [minderjarige] is zeer kwetsbaar en beïnvloedbaar. Zij heeft behoefte aan intensieve begeleiding en ondersteuning, alsook behandeling gericht op haar problematiek. Gebleken is dat een open setting dit onvoldoende kan bieden aan [minderjarige] .
5.4
De kinderrechter zal daarom een machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de duur van drie maanden.
Dictum
De kinderrechter:
6.1
verleent een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp van 13 augustus 2024 tot 13 november 2024;
6.2
wijst het verzoek voor het overige af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2024 door mr. Phillips, kinderrechter, in tegenwoordigheid van Baremans, griffier en schriftelijk uitgewerkt op 19 augustus 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.